Moet ik me al die vragen steeds stellen, wanneer ik iets ga doen, om m'n eigen leven vorm te geven?  Ik ben toch geen programmeerbare machine, die alles moet overwegen omwille van het nut?  Nee dat hoeft vaak niet, en het is ook niet nodig. Er zijn al zoveel gedragingen in opvoeding, scholing en cultuur in regels, codes en kaders gegoten, dat ik de ethiek daarvoor niet steeds nodig heb. Met deze ´culturele bagage´ kan ik in veel gevallen prima leven. Maar soms past die bagage toch niet helemaal, het schuurt met mijn ideaal, mijn droom, mjn oprechte beleving of overtuiging.  Ik voel me er niet prettig bij, zoals het gaat. Of anders: ik voel me er niet prettig meer bij. Want wat eens goed was, hoeft dat nu niet meer te zijn. Ik wil nieuwe wegen inslaan, soms moet ik dat. Covid 19 zet alles op z'n kop, niet alleen in de samenleving, maar ook in mij. Ik doe eerst nog verwoede pogingen om de oude draad weer op te pakken, maar ik kan slechts op afstand van de ander bestaan, Juist nu ik graag hem zie, of voel zit er een muur tussen ons. Voor de goede orde: die hindernis komt niet uitsluitend van buitenaf door opgelegde regels of codes, nee vaker komt ze van binnenuit. Mijn persoon of mijn nieuwe situatie leiden tot vragen over mijn leven of levensdoel. Het is dus van belang om mezelf te leren kennen en zaken helder te krijgen, die ik als hinderlijk of juist heel opwindend begin te ervaren. - Ik verwijs hier ook naar het artikel 'Ethiek, het begrip kennis'. - De bewustwording van deze gevoelens zijn in feite de voedingsbodem voor de ethiek. Ze vormen de aanleiding om te gaan nadenken over de vraag hoe ik het anders kan gaan doen. Die aanleiding brengt niet noodzakelijk een denkproces op gang. Ik kan ook op m'n gevoel afgaan, en m'n oor te luister leggen bij een persoon, stroming of beweging die beantwoordt aan mijn gevoel. En klaar ben ik.

Mezelf uitpluizen is soms confronterend en bederft net de juichstemming. Sterker, dat is in veel gevallen ook het lastigste onderdeel van ethische afweging: 'zelf de angel vinden die de pijn veroorzaakt' of 'de snaar ontdekken die tot de opwinding leidt'. Die zoektocht kan de pijn vergroten of de opwinding doen omslaan in teleurstelling. Allemaal redenen om niet aan ethiek te doen. Ik laat het dan maar gaan. Ik lever me uit aan het lot, het moet maar gaan zoals het gaat. Ik durf in feite de regie niet te nemen over m'n eigen leven. Wanneer ik de regie wel in eigen hand wil houden, moet ik opzoek naar de oorzaak van mijn hinder of mijn opwinding. Dan kan ik zoeken naar een oplossing van mijn hinder of mogelijkheden voor mijn nieuwe kansen. Ik ga een algemeen voorbeeld geven van dit eerste prille begin van een ethische vraag. Daarmee wil ik illustreren hoe de vraag naar de angel of opwinding wordt weggeschoven, juist omdat die vraag nog wel wat ongemakkelijke kanten heeft. Het onderwerp is:  goede zorg.  

De kwaliteit van de zorgverlening in Nederland is een regelmatig terugkerend thema. Iedereen wil goede zorg. Dus worden er tal van oplossingen aangeboden voor mensen die zorg nodig hebben. Maar laat ik eens beginnen bij het begin: waar hebben we het over als we het over goede zorg hebben? Meer nauwkeurig: "wat is zorg?". Het gangbare antwoord is:"Dat weten we toch!". Reactie: "Oh ja, wat is dat dan?" Het gangbare antwoord: "Ja, nu je het zo vraagt" En dan wordt het stil. Dat geldt ook voor het begrip 'kwaliteit' en tal van andere begrippen. In de praktijk blijken u en ik zeer uiteenlopend te denken over begrippen als 'goed' , 'zorg' en 'kwaliteit' en ga zo maar door. Maar wanneer daar al geen overeenstemming over is hoe kunnen we dan nog communiceren over de kwaliteit van zorg?  Maar wacht eens even! Hoe is het toch mogelijk dat we over deze begrippen nauwelijks overeenstemming hebben, als het gaat om zo'n belangrijk maatschappelijk thema? Ik denk dat hier de persoonlijke emotie een (te) grote rol speelt. Het begrip 'zorg' wordt verbonden met compassie, met betrokkenheid, met persoonlijke gevoelens van de zorgaanbieder. Dat is ook een deel van de menselijke natuur: zorgen voor; je bekommeren om. Hier leggen we liever geen meetlat over, dat vinden we verzakelijking, 'verkilling' van de zorg. Daarom schuiven we de vraag maar voor ons uit. - Op deze site gaan we elders in op dit specifieke onderwerp. Hier beperk ik me tot een illustratie. - Dat doen we in de praktijk veel vaker. 'Wegschuiven', want dan kan ik nog hopen tegen beter weten in. De ethiek heeft een functie om een bewustwordingsproces op gang te brengen - en wel nu -  over de wijze waarop ik denk en spreek.

Wat is nu het gevolg van het uitblijven van overeenstemming voor de betekenis van begrippen. Ik ga verder met het voorbeeld. In de zorgverlening zie je tal van zorgprocessen ontstaan. Die zorgsystemen worden ontwikkeld door farmaceuten, ondernemingen artsen, of door economen en politici en uiteindelijk de zorgverleners. Ze hebben allemaal verschillende belangen en uiteenlopende doelen, met één uitzondering: ze willen allemaal de kost verdienen. En van mij als zorgvrager weten ze allemaal dat ik afhankelijk ben, graag weer genees en zo min mogelijk pijn heb. Hier staan verschillende partijen tegenover elkaar met stevige persoonlijke belangen. Een lichte aandoening leidt al snel tot frustratie en in ernstiger gevallen tot pijn, zorg en angst. Emoties kunnen me dan danig heen en weer slingeren en het getuigt van levenskunst om de rede en de juiste afweging weer op de voorgrond te krijgen om mijn onderneming - die leven heet - weer op de rit te zetten. De morele afweging verheft me boven de emotie van het moment. De oorzaak van de chaos in mijn hoofd is dat mijn aandoening  mijn geplande leven nogal in de weg zit. Die aandoening gooit mijn levensplan stevig in de war. 

Mijn levensplan bestaat uit een aantal rollen die ik heb. Ik ben naast kapster, ook moeder, kostwinner, partner, zus, vriendin, docent yoga en nog veel meer. De ziekte is op al die rollen van invloed. De ethiek vraagt nu: Wat dragen al die 'rollen' bij aan mijn leven en want is de impact van mijn aandoening op die rollen?  Ik vind het lastig om die vragen onder ogen te zien, ze kunnen er immers toe leiden dat ik moet stoppen met mijn vak en mijn hobby. Ik wil het liever niet weten, ik koester stille hoop, misschien wel tegen beter weten in. Ik heb toch ook het recht om om te twijfelen? Hier nader ik een een tweede -een diepere persoonlijke - laag. Ik wil ook nu proberen om de regie te houden. Na de verheldering van de begrippen kom ik dus nu toe aan de zelfreflectie.  Die zelfreflectie is nodig om de rollen opnieuw op elkaar af te stemmen. Ik ben even geen kapster, geen kostwinner en ik ben anders moeder, partner, vriendin en ook even geen docent yoga meer. Ik verbaas me over de goed bedoelde steun, troostende woorden, hartverwarmende reacties, de welwillendheid van kinderen, partner en vriendin, maar ik wil wel m'n eigen plan blijven trekken. Hoezeer anderen ook verweven zijn met mijn leven, toch zal ik zelf  mijn leven moeten leiden. Anderen kunnen niet mijn gevoel van geluk voor mij realiseren, gemis, pijn beleven, of mijn doelen verwerkelijken en in die zin mijn leven vorm geven. Hoezeer anderen zich willen inzetten. Sterker, ik moet oppassen dat ik de grenzen van de eigen waardigheid en identiteit bewaak. De hiervoor geschetste prille morele vragen doen zich voor op vrijwel alle terreinen in het leven waarin ik wezenlijke beslissingen neem. Of het nu gaat om relaties, gezinsvorming, werk of medische behandelingen, de ethiek komt vrijwel steeds om de hoek met deze identieke vragen. Het gaat om het nadenken, of nauwkeuriger: over de wijze waarop je nadenkt over de handeling die je zult gaan stellen, zodat je tot een beter resultaat komt. Het BvMG vertrekt vanuit de stelling dat een redelijk en systematisch besluitvormingsproces vruchten afwerpt, in de kwaliteit van de uitwerking. De eigen instelling, de eigen houding en je eigen visie ontwikkelen en zorgvuldig toetsen, vergroot de kans dat het beoogde doel ook daadwerkelijk bereikt wordt. Immers ethiek gaat over dat goede leven. Je  zult hier niet lezen, wat je moet gaan doen.  Samenvatting: ethiek begint bij het kiezen van woorden en vervolgens  zorgvuldig de omstandigheden in kaart brengen. In dat proces leer je zien wat je zelf in de hand hebt en wat allemaal niet. Wie zich dat realiseert leert te relativeren en te communiceren en sluit compromissen in plaats van te procederen.    

 

 

Afdrukken E-mailadres

wie zal vijanden dragen

Angst en onmacht, wie zal vijanden dragen

  Over de roemrijke dagen van de door Alexander gestichte en een eens zo beroemde stad is weinig overgeleverd. In de hoogtijdagen werd er amper over geschreven, de stad stond immers bij iedereen op het netvlies. Alexandria was een begrip, de tweede stad van het Romeinse Rijk. Het episch centrum van de wetenschap dankzij haar immense bibliotheek, haar alom bekende vuurtoren voor de grote havens, waar schepen uit het hele rijk aanmeerden. Inmiddels bieden historische onderzoeken een inkijkje in de stad van de vermaarde koningin Cleopatra, de joodse denker Philo, de bijbelschrijver Marcus en de artsen Soranos en Galenus. Hoe moeten we ons het leven in deze stad voorstellen? Read More