Roe versus Wade (op herhaling)

De verrassing of teleurstelling over het opnieuw op de agenda plaatsen van het abortusvraagstuk, vraagt om een toelichting. Hoe is het mogelijk dat een onderwerp dat twee generaties geleden juridisch  is beklonken opnieuw ter discussie staat? Gaan we terug in de tijd, of keert men terug van een dwaling in het verleden. Kortom: wat is er gaande dat het recht van vrouwen om te beschikken over hun eigen lichaam opnieuw met vraagtekens wordt behangen? Laat ik voorop stellen dat vrijheid vanb meningsuiting een groot goed is in de vrije westerse wereld. Een ieder mag zijn eigen opvatting ventileren. Dat neemt niet weg dat de stem tegen de legalisering van abortus krachtiger wordt.  

De maatschappelijke acceptatie van veranderingen bEen oorzaak is naar mijn mening dat de legalisering van abortus vooral een juridisch steekspel met veel amusementswaarde is geweest - met name in de VS-, maar de morele implicaties beperkt zijn beklijfd in de samenleving. 

Van verschillende zijden is hiervoor aandacht gevraagd vanaf het derde kwart van de vorige eeuw.  Wie zich hiervan wil vergewissen dient wel een paar avonden vrij nemen om het werk van D.S. Bailey (1959), The man-woman relation in christian thought, door te nemenDe bronverwijzing heb ik voor u al nagetrokken: ze kloppen). Er zijn nog twee andere denkers (rabbijnen) waar ik de aandacht op wil vestigen  namelijk van D. Feldman en I. Jakobovits, beiden laten helder zien dat de christelijke moraalleer geleidelijk is afgedreven van haar joodse wortels en bouwde op de  fundamenten van Plato,  Aristoteles, Philo en Augustinus. Van de eerste weten we inmiddels dat zijn roots vooral in Egypte en Mesopotamië liggen. Deze wortels omklemmen een centrale kerngedachte: de mens is werktuig en speelbal van de goden. Een gedachte  die te herkennen is vanaf  het Vroege Hellenistisch Christendom en het Hellenistisch Jodendom tot op heden.  In alle oprechtheid deed Aristoteles een vrij ongelukkige duit in het zakje door in een belangrijk opus (De Generatione Animalium)  te veronderstellen dat de vrouw een defecte man is. Daarmee is een eeuwenlange trend gezet, waarin vrouwen werden gezien als bezit van de man of ondergeschikt aan de man.  Hoe het primaat van de man zich kon handhaven is pijnlijk duidelijk neergezet door Judith Jarvis Thompson in haar pleidooi voor abortus, waarin ze de discrepantie in de wetgeving aantoont. Men kan van alles vinden van de alom bekende vergelijking  van 'de beroemde violist', in haar essay, ze toont er onomstotelijk mee aan dat zwangere vrouwen stelselmatig het recht op zelfbeschikking is onthouden. De regeling inzake abortus is vervolgens vooral beklonken in een spectaculaire reeks rechtszaken (Roe versus Wade), vol emoties, mediaspektakel  en amusement, met als uitkomst dat een verbod op abortus ongrondwettelijk is. Daarmee bleef er een zweem van onzekerheid hangen over wat nu grondwettelijk is en waarop dat grondrecht dan wel maatschappelijk steunt in deze context. Rechten kun je verlenen, maar even gemakkelijk ook weer aanpassen en zelfs intrekken, wanneer het even niet past. Dat geldt in het bijzonder voor verworvenheden die maatschappelijke verantwoordelijkheid vragen, met een zekere wending in traditie en overtuiging. Sterker, in de destijds gevoerde dialoog is geen moreel fundament gelegd, voor een consensus voor het persoon-zijn - de status- van de vrouw.  Waren er dan geen alternatieve opvattingen, die tegenwicht konden bieden? Ja, de opvattingen waren er wel, maar een bijna uitgemoord volkje  kon in de eerste eeuwen van onze jaartelling niet echt tegenwicht bieden. De opvatting van dat kleine clubje was deze: de vrouw is geen bezit van de man, zij is zijn thuis. Het is in het belang van de samenleving en het welzijn van haar burgers dat de vrouw wordt beschermd ook tegen de bedreigingen die een zwangerschap nu eenmaal met zich meebrengen. Dat betekent dat de samenleving haar verantwoordelijkheid en dus afdoende maatregelen neemt, wanneer de vrouw psychisch of fysiek wordt bedreigd. Dit clubje heeft haar standpunt door de eeuwen heen vast kunnen houden en door kunnen geven, misschien dat we daar alsnog van kunnen leren hoe we ook kunnen leven.  

Wordt vervolgd