Natuur

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Nederland is aan het 'naturen' geslagen. Ik doel niet op een herleving van het nudisme, maar op de aandacht voor de natuur en het welbevinden van planten en dieren. Sommigen begeven zich op macro niveau, over de opwarming en het uitputten van de aarde en de gevolgen voor het leefmilieu. Anderen zijn wat bescheidener en werpen een blik op natuurprojecten en reservaten.

Bij dat laatste komt bijna onvermijdelijk het welbevinden van 'wadbewoners' (zeehonden), van grote grazers (rundvee en paarden) en grote woelers (zwijnen) in natuurgebieden voorbij. Daarbij komt een relatief nieuw geluid naar voren van deskundigen. Zij betogen dat het publiek niet zo zielig moet doen over dat gejank van die hongerende zeehondjes en de natuurlijke selectie in natuurparken. Niet alleen in deze kwesties maar in vrijwel alle publicaties blijkt niet de natuur, het leefmilieu of het dier maar de mens het onderwerp. Het menselijk verlangen, de menselijke emotie en de verantwoordelijkheid van de mens voor de dieren, het milieu en de leefomgeving. Waar het  om draait in de vragen over deze natuurreservaten is een menselijk verlangen om leven, lijden en sterven van planten en dieren van dichtbij mee te maken. Deskundigen op het terrein van de evolutie van planten en dieren denken daarmee een ervaring van het oerbegin te kunnen scheppen. Een soort 'natuur paradijs', maar dan zonder Adam en Eva binnen de hekken. Het scheppingswerk van deze deskundigen roept echter regelmatig wrevel en ongemak op. Het ongemak zit vooral hierin dat natuurprojecten al snel zeer succesvol zijn. Levende organismen verspreiden zich over het reservaat en vermenigvuldigen zich snel, met overbevolking als gevolg. Dan dreigt het lijden vanwege gebrek aan voedsel. Het lijden van vooral hogere dieren wordt als ongemakkelijk en onacceptabel aangemerkt door het publiek. De publieke veroordeling rust op de simpele stelling dat de dieren lijden door menselijk toedoen. En ziedaar een discussie is geboren over de morele aspecten van het beheer van natuurparken en reservaten, waar leven, lijden en sterven tot een gezond evenwicht moet leiden..  

Ik ga me niet in die discussie mengen. Ik wil slechts een klein, maar elementair onderdeel van die discussie behandelen, namelijk het verweer van deskundigen (o.a. Staatsbosbeheer) op de publieke verwijten. Deskundigen voeren wel het argument op  dat er maatschappelijk draagvlak nodig is voor de wijze van beheer. Dat betekent feitelijk: het welbevinden van de dieren is een politiek vraagstuk. Deze redenering is opmerkelijk. Het dierwelzijn wordt op deze wijze immers speelbal van het maatschappelijk verlangen van mensen, zoals bijvoorbeeld het natuurproject in de  Oostvaardersplassen, en het beheer van wilde zwijnen op de Veluwe en in Limburg. Ik beschouw die discussie als ontspoord. Ze gaat namelijk volledig voorbij aan een dialoog die al gestart is door Jeremy Bentham, maar vooral ook door Peter Singer is geactiveerd in zijn werk 'Animal Liberation' (1975). Ik kan hier niet het boek bespreken, maar de meest elementaire constatering die Singer naar voren brengt is: dieren kunnen lijden. Vervolgens legt hij de meest elementaire claim dat dieren gevrijwaard dienen te worden van lijden door menselijk toedoen. Tom Regan, en onze denkers des vaderlands René ten Bos, gaan nog veel verder, namelijk dat mensen geen dieren moeten houden voor eigen consumptie (of vermaak). Maar dat verder terzijde. Waar ik naar toe wil is dat tenminste Singers stelling dat dieren (a) kunnen lijden onvoorwaardelijk wordt onderschreven en dat (b) mensen geen opzettelijk leed aan dieren dienen toe te brengen algemeen is geaccepteerd. Op tal van fronten zijn daarvoor normen en regels ontwikkeld voor de (intensieve) veehouderij, circus, jacht etc. De vraag is wel of deze regels niet aanzienlijk scherper dienen te worden gecontroleerd en nageleefd. Dat neemt niet weg dat deze elementaire normen en regels er zijn en ook zeer zinvol zijn, voor de waardigheid van dier en mens. De laatste wil nog wel eens ontsporen als het gaat om persoonlijke belangen en voorkeuren. De huidige stelling van beheer- ,natuur-, dierwelzijnsorganisaties lijkt volledig voorbij te gaan aan deze elementaire normen en regels van dierwelzijn.  Deze organisaties menen op basis van kennis van evolutie een vrijbrief te hebben voor het scheppen van een eigen paradijs met inbegrip van het recht om dieren te laten lijden. Ik pleit ervoor dat de elementaire regel van Peter Singer boven elke maatschappelijke en politieke acceptatie ( lees: willekeur) staat. Het vermijden van lijden van dieren dient een grondregel te zijn voor al het menselijk handelen met dieren. Wie derhalve een reservaat wil scheppen dient ook de verantwoordelijkheid te nemen om het lijden van dieren te beperken. Dat dit tot nieuwe ongemakkelijke discussies over wildbeheer gaat leiden staat wel vast, maar dat is een menselijk moreel probleem. Hoewel Richard Hare (1985), met  The Golden Rule daar al een belangrijk voorschot op heeft genomen, maar ook dat lijken deskundigen te zijn vergeten.  

Afdrukken