De democratie en ik

Ik heb een stem in een democratie. M'n belangstelling voor de gekozen vertegenwoordiging neemt echter af.  Dat is deels te verklaren uit de mogelijkheden om op eigen kracht in het publieke domein actief te zijn. De sociale media hebben een ongekende breed bereik, en helpen me dus een handje. Politiek en opinie is niet meer voor een selecte groep, maar nu ook van mij  (geheel herzien in september/oktober 2018)

Mijn rol in de democratische samenleving is complex. Mijn belangstelling voor verkiezingen is beperkt. Ik weet weinig van de regionale en Europese politiek. De landelijke politiek staat wat beter op het netvlies. Bij verkiezingen maak ik geen gebruik van een stemwijze. Ik stem namelijk steevast op een vrouw. Hiermee meen ik de gelijke vertegenwoordiging van man en vrouw te stimuleren. Daarmee is de keus in het stemhokje ook al aardig ingedamd. In het stemhokje let ik vervolgens op enige ideologische en idealistische herkenning. Op grond daarvan breng ik mijn stem uit. Ik hoop en vertrouw er op dat zij naar vermogen en naar eer en geweten haar taak als volksvertegenwoordiger op zich neemt. Dit is voor mij dus een overzichtelijke rol. Dit is evenwel maar één van de troeven die ik handen heb om invloed uit te oefenen op de gang van zaken in de samenleving. De (sociale) media bieden mij een podium om meningen, kritieken en ideeën  te ventileren. Mensen te mobiliseren, acties en boycots te organiseren en ook een ieder te schofferen, te intimideren en te fileren die ik maar even niet mag. Een volkswoede is namelijk snel opgezet en een referendum kan worden georganiseerd. Van een serieus referendum over mensen die zich graag bij ons zouden aansluiten, maak ik een hilarische puinhoop. Tegen de komst van vluchtelingen organiseer ik een avondje pesten en bedreigen van de lokale bestuurders. Dat geeft commotie en leidt snel tot grote media-aandacht en heeft direct resultaat. Dat ben ik als populist en nihilist, die enkel oog heeft voor het eigen belang, en natuurlijk ook dat van m'n naasten. Politici, lokaal en landelijk zitten duidelijk in de maag met mijn temperament en dikke vinger in de pap. Dat is een kant van de zaak.

Ik wil niet sentimenteel worden, maar ik heb ook een andere kant. Ik laat m'n hart spreken bij tegenslag en ongelukken. Die stoet uit het Oosten sjokkend over de Balkan langs prikkeldraad raakte me wel. Mensen die massaal het land uitvluchten, de zee op en vervolgens verdrinken is soms net teveel voor het netvlies. Ik voel onmacht en woede in me naar boven komen. Hoe is dit toch mogelijk? Waarom laten we dit gebeuren? Maar er is ook tweespalt in mij: want ik realiseer me tegelijkertijd ik kan ze niet allemaal thuis hebben. Ik word een beetje misselijk van m´n eigen dubbelheid. Erger, ik sta niet alleen in mijn hinken op twee gedachten: 'Wir schaffen es nicht'. Ik ben machteloos, heel Europa is machteloos.  Een lange stille tocht, een zee van bloemen bij schokkende gebeurtenissen brengen me weer enigszins op het rustige pad. Mensen die elkaar steunen en opvangen als het echt misgaat. Het is een lichtpunt in de diepe duisternis van slachtoffers en nabestaanden. Het geeft een veilig gevoel, dat er naar elkaar wordt omgezien. De ander laat me niet onverschillig. Die betrokkenheid wordt getoond, wordt ervaren en kan zo worden meebeleefd.   

Let wel, ik ben geen anarchist. ik snap best dat er her en der wat geregeld en georganiseerd moet worden. Sterker ik ben in hoge mate afhankelijk van een goed georganiseerd land met alle moderne voorzieningen. Welnu, eerlijk is eerlijk, dan heb ik het tot op heden niet slecht getroffen. Kon slechter. De grenzen waar ik tegenaan loop zijn ook niet een gebrek aan voorzieningen. De grenzen waar ik tegenaan loop zijn de aard voorzieningen. Ik denk, dat ik meer uit mezelf kan halen. Of laat ik het beter zeggen: er is meer uit mij te halen. Het verschil zit hier in dat ik het ontwikkelen van een beter eigen leven niet helemaal zelf kan. Ik heb meer ondersteuning en ontwikkeling nodig dan ik thans heb genoten. Of misschien een andere ondersteuning en ontwikkeling. Heel veel energie die in mij gestopt wordt is gericht op de homo economicus. Vrijwel alle scholing is gericht op vaardigheden met een economisch rendement. Ik als participerende, werkende burger, die geniet van het welverdiende geld. Doen we dat allemaal dan houden we het gezellig met elkaar, zo is de gedachte kennelijk. In feite is één element in de menselijke aard ontwikkeld, namelijk de begeerte, de hebzucht. De verzamelwoede heeft niet alleen geleid tot een hogere levensstandaard, maar ook tot grote schulden. M´n hypotheekschuld en mijn deel van de staatsschuld kan ik wel berekenen, Maar ik doe ook nog mee aan het leegpompen van de gas/ en olievoorraden. Ik blaas ook nog wat Co2 en andere ellende de lucht in. Kortom: ik sta links en rechts met mijn hypotheken zorgelijk onder water. Erger, ik twijfel of ik ze kan aflossen.  Een aantal schulden ten aanzien van klimaat en vervuiling worden al doorgeschoven naar een volgende generatie.  

Ik zit in vertwijfeling. Of ik stop met leven op de pof en los mijn schulden af.  Of ik leef op de geriefelijke oude voet verder en zie wel waar het schip strandt. In het eerste geval moet ik dus danig gaan minderen. Geen schulden meer maken, maar ook de reeds bestaande schuld aflossen. Dat doet een stevige aanslag op mijn welvaart. In het eerste geval kan ik de kinderen tenminste weer recht in de ogen kijken. In het laatste geval glimlach ik tegen de kinderen; stop ze zo nu en dan wat toe, maar zet ik ze tegelijkertijd een hak. Ze krijgen nu alvast een sigaar uit eigen doos. De sigaar waarover later nog een stevige rente moet worden betaald. De vertwijfeling zou zich nog enigszins beperken wanneer ik alleen op de pof leefde. Maar ik realiseer me dat dit op grote schaal gebeurt. Dat betekent ook dat we op grote schaal de vertwijfeling voor ons uitschuiven. De malaise zou niet te overzien zijn: het motto werk, werk werk, zou veranderen in arm, arm arm.  En u begrijpt ik sta niet zo sterk in m'n schoenen dat ik dat alles zelf regel, ook al ben ik verantwoordelijk. Het helpt ook niet dat ik het alleen regel, zo houd ik mezelf voor. Het is een collectief probleem. Mijn inspanningen zijn niet meer dan een druppel op de grote gloeiende plaat. De ander moet het maar zeggen hoe het verder moet. Nee, de ander zal het moeten afdwingen bij mij. Maar wie zou dat dan moeten zijn? De telefoon gaat, de kleinzoon aan de andere kant van de digitale lijn. Hij vraagt, hoe het met opa gaat? 

Wie helpt mij over de horde van de vertwijfeling? De politiek wil wel maar durft ook niet echt een vuist te maken, uit vrees voor aantasting van de welvaart van mij als homo economicus. De politiek wantrouwt mij. Ze vermoedt dat ik zeker een populistische partij zal stemmen die aan mijn verlangens als homo economicus tegemoet komt. Hier zie ik precies waar de parlementaire democratie machteloos is. Impopulaire maatregelen worden gemeden, omdat men vreest voor verlies van politieke invloed of macht. Ik ben vanuit de politiek geen burger met een vrije wil, die wordt ondersteund tot een ontwikkeld individu. Maar ik word gezien en benaderd als een homo economicus. Of beter, politici denken dat mijn wil bepaald wordt door de begeerte. Het zijn toch de beelden van schade door gaswinning en de toekomst van de kinderen en kleinkinderen die in mij een snaar raken.  De laatsten verwachten ook niet dat ik de wereld kan redden, maar vragen wat ik persoonlijk gedaan heb om de schulden te beperken.  m

Ik denk echter, dat ik meer uit mezelf kan halen. Of laat ik het beter zeggen: er is meer uit mij te halen. Het verschil zit hier in dat ik het ontwikkelen van een beter eigen leven niet helemaal zelf kan. Ik heb meer ondersteuning en ontwikkeling nodig dan ik thans heb genoten. Heel veel energie die in mij gestopt werd was gericht op de homo economicus. Vrijwel alle scholing was gericht op vaardigheden met een economisch rendement. Ik als participerende, werkende burger, die geniet van het welverdiende geld. Doen we dat allemaal dan houden we het gezellig met elkaar, zo was - en is - de gedachte kennelijk. Nu blijkt dat het zo niet werkt. Het werk waar ik eens naar uitkeek, brandt me nu op. De drang tot revolutionaire verandering heb ik al nooit gehad, maar ik heb toch de idee dat ik iets mis, namelijk de vrijheid.  Mijn vertwijfeling wordt veroorzaakt doordat ik voortdurend eenzijdig word en onvolledig benaderd en geïnformeerd. Dat heeft effect op alles wat ik wil, wat ik kan en wat ik doe. Het lijkt er op dat de gedachte aan vrijheid die ik eens als vanzelfsprekend veronderstelde, me thans gevangen houdt.

De idee van de vrijheid van het individu kreeg vorm vanuit de gedachte dat de persoonlijke ervaring gelijk staat aan de hoogste kennis (David Hume). Ik ben iemand, ik mag iemand zijn. Ik hoef me de les niet te laten lezen door een heersende klasse, met hun belerende opvattingen over politiek, samenleving en religie. De idealen van Hume zijn in hoge mate gerealiseerd. Ik word niet overschaduwd of verstikt. Toch schort er iets. Mijn persoonlijke ervaring klopt namelijk niet helemaal. Het verstand moet de dingen die ik ervaar corrigeren. En dat doet het verstand gelukkig ook vaak. Die grote spin boven de lamp achter de vitrage, oogt wat eng. Maar is bij nader inzien toch niet zo gevaarlijk als hij er uit ziet. Het blijkt maar een klein onschuldig beestje zodra ik hem in de hand heb. Maar alvorens ik hem pakte heb ik wel even m'n verstand laten werken en toen bleek dat mijn eerste ervaring toch wel wat overtrokken was. En zo gaat het vaker mis! Hoe kan ik dat voorkomen? 

Ik denk dat er nog wel wat te winnen is met andere scholing. Scholing in wie ik ben anders dan de homo economicus.  Die mens die maar begeert is maar een deel van mijn leven. Ik ben voor alles mens en niet een instrument ten dienste van wie of wat ook. Op basis van de redelijkheid wil ik mijn oordeel kunnen vellen. Daarvoor moet ik beschikken over informatie, maar ook over vaardigheden om die informatie te verwerken. De overheid hoeft mij niet te pamperen. Ik verwacht van de overheid één zorgtaak van de wieg tot het graf, namelijk dat zij mij ondersteunt tot zelfredzaamheid en persoonlijke ontplooiing. Veel is al geregeld op dat punt. De houding van de overheid laat tot op heden nog wel wat te wensen over, met name de moed om mij te vertrouwen om niet. Ik hoef geen pamper, bewaar hem maar voor de volgende generatie.  Daar voel ik me veel beter bij.    

 

Afdrukken