een nepparlement

De uitspraak van ‘spreker’ dat de sturing van Nederland wordt gecontroleerd door een “nepparlement” haalde breeduit de media. Wat evenzeer prikkelt is de reactie van de neoliberaal Alexander Pechtold op 'spreker'. Hij meende dat voorzitter Van Miltenburg  ‘spreker’ tot de orde had mogen roepen. Zijn roep om inperking van de vrijheid van meningsuiting is opmerkelijk juist op het podium van de parlementaire democratie, maar staat niet op zichzelf. Kritiek op een democratisch stelsel of beginsel ligt gevoelig, in weerwil van de vrijheid van meningsuiting. Wie de sturing van de overheid, dus het parlement en ook de pers op de korrel neemt, begeeft zich op glad ijs. Pagina is aangepast in september 2018.

 

 Ik ga het ijs op: Ik richt de pijlen op het gebrek aan maatschappelijk besef, meer in het bijzonder een gebrek aan moed van de controlerende instanties en instituties. om daadwerkelijk sturing te geven in dit land. Laten we de transitie van verzorgingsstaat naar participatiestaat als voorbeeld nemen  De overheid bood de burger naar vermogen en beste weten voorzieningen aan in de vorm van zorginstellingen, scholen en huurwoningen en nog veel meer. De burger mocht zich stilzwijgend van de wieg tot het graf veilig en geborgen wanen. De verzorgingsstaat liep echter uit het spoor: de voorzieningen werden uitgebreid en daarmee liepen de kosten op. De verzorgingsstaat bleek en blijkt een te zware last te leggen op een samenleving. Om de lusten en de lasten met elkaar in harmonie te brengen heeft de overheid de regie van dit hele proces - ondanks de transitie naar lokale overheden en zorgautoriteiten - in eigen hand gehouden. De transitie van de 'verzorgingsstaat' heeft echter van meet af aan haar doel gemist. Er is geen twijfel over de goede bedoelingen, maar de doelstelling van de transitie namelijk de 'verzorging' ging over de hoofden van de burger heen. Daardoor veranderde het aanbod van de overheid niet met de burger mee, maar met de idee van goede zorg van de politieke stromingen

De verhouding tussen overheid en burger doet denken aan de ouders van wie de jong volwassene op kamers wenst te gaan. Zodra het onderwerp van ‘het op kamers gaan’ zich aandient -na het zoveelste conflict - zijn de ouders zeer terughoudend. Met zichtbare aarzeling en  tegenzin en onder de nodige voorwaarden wordt dan toch ingestemd met de wens van de jong volwassene. Een golf van beloftes van de ouders volgen: ‘de deur staat altijd open’, ‘in het weekend ben je welkom’, ‘de was en de strijk kun je hier doen’ en klussen kunnen we ook als dat nodig is, ‘daar maken we tijd voor’. De eerste reactie van de autonome wereldburger met kiesrecht is zeer lauw. Deze nieuwe staatsburger wil het helemaal zelf doen en het leven zelf bepalen. Zij iets nadrukkelijker dan hij bezweert, dat er helemaal klaar voor te zijn om het eigen leven op te pakken . Maar het duurt niet echt lang alvorens de weekend tas weer onder de trap staat, de wasmachine draalt, de douche intensief wordt gebruikt, de laatste  restanten van de was op zondagavond nog gauw worden gestreken en pa elke snelheidslimiet overschrijdt om toch de laatste trein te halen. Beide partijen houden zich op deze wijze in een emotionele wurggreep van afhankelijkheid. Het komt me voor dat het in de verhouding tussen burger en overheid inzake de verzorgingsstaat het niet echt veel anders gaat, met dit verschil dat de burger zich al vele jaren als een op kamers wonende puber gedraagt en als zodanig wordt behandeld, een variant van de 'aanmodderfakker'. Dat dit een ongewenste situaties is, wordt door veel partijen al jaren onderkend. Is dat zelfkennis?

Op zoek naar een nieuw evenwicht dient de verstrengelde relatie tussen overheid en burger eerst te worden ontvlecht en onthecht. Een overheid heeft tot taak de burger te ondersteunen tot zelfredzaamheid en de gemeenschappelijke taken en verantwoordelijkheden van alle burgers te beheren. Van een parlement mag vervolgens worden verwacht dat ze streeft naar welbevinden van de autonome burger in een democratische samenleving. Om beleid op de toekomst te maken zijn er echter een aantal punten van  bewustwording nodig. De eerste is wel deze dat overheid en burger tot het besef komen dat de burger een vrij individu is dat zich dient te ontplooien en te verwerkelijken. Alleen de burger die idealen kan ontwikkelen en ze vervolgens ook zelf kan verwezenlijken onafhankelijk van de ander, is in staat geluk te ervaren, zo wist Aristoteles al.  (Let wel: Aristoteles beperkt zich tot de constatering dat de mens  geluk wil en zegt niet hoe de mens dat geluk wil.) Dat is de ene kant van de lijn. De ander kant van dezelfde lijn is dat de burger de gelegenheid dient te krijgen om het eigen leven ook daadwerkelijk op orde te brengen en de overheid de gemeenschappelijke voorwaarden faciliteert en niet meer dan dat . Van nature wil een mens waar mogelijk dingen zelf doen; wil men waar mogelijk de regie in eigen hand houden. Ondersteuning tot zelfredzaamheid is wenselijk waar de individuele mogelijkheden tekort schieten. Dat is mijns inziens de moderne verzorgingsstaat

Maar juist in de ondersteuning van de zelfredzaamheid van de burger ligt een grijs grensgebied waar de (politieke) meningen uiteenlopen. De politiek paait de burger graag met pretpakketten met het gevolg dat overheidsbudgetten worden overschreden, zoals de jonge wereldburger bij tegenslag of een verwachte extra inspanning terugkeert naar in het warme nest. Om te ontplooien, om de zin in het leven te ervaren om de regie in eigen hand te nemen, is er ruimte nodig om ook in uitdagende omstandigheden lering en ervaring op te doen. Dat leerproces begint bij de opvoeding en wordt gevolgd door scholing. Tenminste als het goed is. Daarmee is het niet klaar. Er is 'leefplicht'! Een ieder is gehouden het beste uit zichzelf te halen, en dus autonoom te worden. Maar net als de 'beschermende' ouders legt ook de overheid een wereld aan dekens en sluiers klaar, die de persoonlijke ontplooiing hinderen zodra voetangels en klemmen op een levenspad opdoemen. Het gaat er namelijk niet alleen om dat je leert om het bruto nationaal product te verhogen, maar dat je leert jezelf te ontplooien tot mens, in de wereld van alle dag. In een wereld waarin het nu eens meezit, maar soms ook flink tegenzit. De realiteitszin wordt nog wel eens met veel schone schijn bedekt, totdat er onhoudbare situaties ontstaan.

De publieke taak van de overheid gaat verder dan de ontwikkeling van een burger tot een diensten producerende en producten consumerende economische entiteit, zoals thans het geval is.. De politiek stuurt de burger thans doelbewust in de richting van een hedonistisch populisme. Door de actuele platte begeerte van de burger te bevredigen houdt de politiek de burger afhankelijk. Het bevredigen van het korte termijn belang, is onderdeel van 'the dutch disease', zoals onze buren plachten te zeggen. Deze ziekte begint thans haar symptomen te tonen in Groningen, in het onderwijs, in de bevriezing van de pensioenen en de moeite met de duurzame energie.  Dat de verstrengeling tussen overheid en burger blijft bestaan wordt vooral veroorzaakt door een gebrek aan moed om met het verleden af te rekenen en de toekomst onder ogen te zien. 

Waarom zou de kamervoorzitter "spreker' het woord moeten ontnemen??? Het is niet de taak voor aanbieders in de zorgsector, in het onderwijs in de woonsector, maar ook voor pensioenfondsen, banken eenvoudig en aantrekkelijk om aanbod gericht te werken en op deze wijze de burger te bedienen.  Men vergeet echter dat de aanmodderfakker toch -noodgedwongen- volwassen wordt en eigen keuzes gaat maken.  Er is derhalve politieke visie nodig die is afgestemd op de vraag van morgen. Dat betekent dat de burger wordt geprikkeld tot het maken van keuzes voor de toekomst. In de eerste plaats tot de keuze wat men echt wil, wat men echt kan, wat men mag en kan verwachten. Om die vragen te kunnen beantwoorden is de ontwikkeling van de jonge wereldburger noodzakelijk.  Ontwikkeling op het gebied van kennis, en vooral zelfkennis, maakt de mens tot mens

Binnen het huidige politiek- maatschappelijke stelsel is het zeer wel haalbaar om prikkels te ontwikkelen die nodig zijn om de burger te kunnen laten ontplooien. Ik keer nog even terug naar de jonge wereldburger met stemrecht. Na een tijd van verkenning gaat hij op eigen benen staan en komt tot het besef dat er tijd en energie verloren is gegaan. Natuurlijk, het was de eigen vertwijfeling, gemakzucht en keuzes die de illusies deden verdampen. Maar de onvermijdelijk blik om zich heen volgt: zij/hij is ook op een onwerkelijk spoor gezet, door ouders en samenleving.  Het leven is mooi en goed, maar het gaat niet helemaal vanzelf. Niemand kan in de toekomst kijken, maar op een aantal zaken kan men zich wel voorbereiden. Wees helder en duidelijk, geen nepnieuws, geen nepparlement en geen neponderzoeken. Dat de overheid daar nog steeds niet aan ontkomt, blijkt helaas keer op keer. Er staan nog wat tassen van multi-nationals met fiscale regelingen onder aan de trap. de duurzame energie zit in de wasmachine, evenals het onderwijs, de belastingdienst ligt op de strijkplank. Oh ja, de Groningers zitten met pa in de auto op weg naar de laatste trein, maar of ze die halen? Ja met Wiebes achter het stuur lijken het waarachtig te gaan halen!!!! 

 

PS helaas heeft een tijdlang een vroeg concept online gestaan met storende fouten. Mijn excuses.

Afdrukken