Dynamiek in de ethiek

Welnu laten we eerst eens iets recht zetten. Ethiek en dynamiek gaan samen op. De ethiek vraagt in feite steeds om beweging, om dynamiek. De ethiek is in theorie voortdurend in de weer met veranderingen. Maar er is iets in mij dat maar moeilijk in beweging komt. Ik wil de dynamiek en de spanning die daarbij hoort, de gevolgen boeien me nu even niet. Als je alles van te voren weet dan is elke spanning, elke sensatie weg. M'n leven verliest z'n dynamiek wanneer ik geen risico's meer neem. En in die zin heeft ethiek een traag en grijs imago. Orde is veilig en overzichtelijk. Kortom: dynamiek en veiligheid wedijveren voortdurend om voorrang in mij. Ordenaars zijn op het eerste oog traag. Romeinen waren ordenaars. Ze maakten vele regels, wetten en protocollen om hun grote rijk te kunnen besturen Zij maakten van de dynamische Griekse ethos (ethiek) het ordelijke mores (moraal)  Hoewel de termen ethiek en moraal als synoniemen worden beschouwd, zit er historisch duidelijk een inhoudelijk en cultureel verschil in. Ethiek is afgeleid van het Griekse ‘ethos’.  Het klassiek Griekse begrip ‘èthos’ wordt wel vertaald met ‘gewoonte’, ‘zede’, ‘karakter’, maar is in de uitwerking toch vooral het bevragen van  ‘gewoonte’, ‘zede’, ‘karakter’. Achter dat begrip ‘ethos’ zit een activiteit, namelijk een oproep tot vorming: ‘doe ik het wel goed?’ Ethiek gaat de uitdaging aan in de praxis van het leven en waardeert daarmee de dynamiek, de mogelijkheid tot vorming en ontwikkeling. Het Romeinse (latijnse) begrip ‘mos’, waarvan ons begrip ‘moraal’ is afgeleid, staat eveneens voor ‘gewoonte’, ‘zede’, ‘karakter’. De moraal wordt in de Romeinse cultuur evenwel getekend in een cultuur van ordening en structuur. De zede wordt vastgesteld in regels zoals het hoort, de mores.  

Dynamiek en veiligheid hoeven elkaar niet uit te sluiten, maar er zit wel een voortdurend spanningsveld. Immers de dynamiek van de verandering brengt de zojuist gemaakte orde aan het wankelen of in het ergste geval: ze brengt de orde om zeep. Dat willen de ordenaars uiteraard vermijden, want dan moeten ze weer opnieuw beginnen. De geordende overzichtelijke situatie wordt ook thans gewaardeerd, met name in die situaties waar men veronderstelt dat de het persoonlijk leven, de gemeenschap,  de organisatie of het bedrijf op orde is. De morele regels liggen in dat geval dan ook veelal in de statische sfeer van de Romeinse cultuur. De katholieke moraalleer is in de westerse traditie daar een exemplarisch voorbeeld van, maar laten we het toch vooral bij onszelf houden. De hang naar overzicht en rust en de argwaan tegenover verandering en vernieuwing is ons ook niet helemaal vreemd. Ter illustratie: De veranderingen in de zorg leiden tot weerstand en afkeer. Hoewel een ieder ziet dat het stelsel een ondraaglijke last gaat vormen voor de komende generatie en de solidariteit in de samenleving zwaar op de proef gaat stellen. Maar er is een grote behoefte aan overzicht en handhaven van de bestaande orde.  De ophef over de exodus uit Syrië richting het westen is daarvan een ander voorbeeld. De weerstand is in de kern een menselijke natuur.  Of beter een signaal in de menselijke natuur, die vrees oproept voor de verstoring van de orde. In Europa zien we thans een duidelijke scheiding tussen de dynamische en statische politieke leiders en hun landen.   Een eigentijds bedrijfseconomisch voorbeeld van een statische cultuur is de situatie bij Volkswagen.  Veranderingen in de milieuregelgeving werden ontdoken om de bestaande orde te handhaven. Volkswagen wekte slechts de schijn van veranderingen door de metingen van uitlaatgassen vernuftig te manipuleren. Op deze wijze kon de bestaande situatie intern ongewijzigd blijven. VW is echter niet een geïsoleerd voorbeeld.  

Het is ook juist daarom dat managen en mores veelal goed samengaan bij de aansturing van een organisatie. Daar komen twee structuren van denken bij elkaar. De manager wil ordenen, processen structuren en beheersen, en de moraal codeert deze structuur met een positieve waardering. Het overzicht, de ordening, de rust, de baangarantie, het pensioen en noem het allemaal maar op worden als waardevol, veilig en aangenaam bestempeld.  De vraag hoe het kan, wordt steeds verder op de achtergrond geschoven, ‘zwijg en profiteer ervan’, is het motto.

Ethiek is in die zin ook veel lastiger te managen en te sturen en wordt ook als lastig ervaren.  De ethiek vraagt of het wel kan, en zo ja, waar profiteer je dan van? Dan blijken er ongemakkelijke lijken uit de kast te vallen. Niet alleen een forse maar nog immer groeiende staatsschuld, absurdistische grondprijzen, verlopen winkelstraten, een verbrokkeling van woningen in een wegzakkend Groningen en een levenslange carrière vanwege de ongekende demografische druk. Dat zien we niet graag onder ogen. Elders op deze site is al de statische houding van economen aan de orde gesteld door het streven naar inflatie aan te sporen, zodat de schulden als vanzelf oplossen in de tijd.  Je koopt je als het ware uit de schulden, dat kan echter niet anders dan een contradictio in terminis zijn, wanneer je de volgende generatie mensen tenminste serieus neemt.  De ethiek vraagt naar doelen op de lange termijn en vraagt dus om bezinning op de ingeslagen wegen. Thans zijn we echter op menig front zover weggeraakt van een verantwoord ethisch beleid dat een kleine bijsturing te laat is, er rest een radicale omwenteling.  Het is evenwel niet helemaal toevallig dat wie de dynamiek van deze tijd en de ethiek wel heeft weten te combineren, veel minder economische problemen kent. Daar vinden we  geen overheidstekorten,  geen wegzakkende bodems, geen absurde grondprijzen, geen probleem met de schone energie en al evenmin met de exodus uit het oosten. Ja, natuurlijk zit daar nog een rotte appel, die heten nitraten en VW. Wie bijvoorbeeld  de exodus uit het oosten kan zien als een tsunami van aanstormend talent in een sterk krimpende gemeenschap kan wellicht enige fenomenen tegelijk aanpakken om een nieuw evenwicht te organiseren. Maar dat kan niet zonder de kaders open te breken en fenomenen opnieuw op ethische waarde te schatten en te duiden. De ethiek kan een zinnige bijdrage leveren aan de ontwikkelingen in de komende tijd. Ethici zullen echter niet met open armen worden ontvangen, maar dat is ook niet hun doel. Veranderingen gaan niet zonder een aantal structuren fundamenteel onder ogen te zien. Dat zal verre van eenvoudig zijn voor tal van statische en morele geesten. Dat is echter niet alleen negatief. De open blik naar een dynamische samenleving geeft het individu ook de gelegenheid zijn eigen kunnen en krachten te ontdekken met een naam en een identiteit. Het belangrijkste verschil tussen ethiek en moraal is misschien wel dit: in de ethiek wordt het individu voortdurend de mogelijkheid geboden tot persoonlijke  ontplooiing en ontwikkeling in weerwil van de morele context, in de moraal wordt het individu aangesproken zich te ontwikkelen binnen de morele context.De ethiek zoekt de vertwijfeling op en stelt voortdurend de vraag: moeten we het niet anders gaan doen? Daarmee wordt de ‘statische blokkade’ van structuur, orde en veiligheid op afstand gezet. Het blikveld krijgt ruimte en er komt oog voor verandering en vernieuwing. Ja, daar is moed voor nodig. De moed om het eigen gevoel even te parkeren. Om de ratio de ruimte te geven, en te kijken in de toekomst. Wat wil ik bereiken wat is mijn doel wat is het ideaal. Ja een droom, maar nu echt. Die droom neerleggen en langs een meetlat houden op basis van feiten en cijfers. Wat mag ik hopen, wat zal ik doen, nu ik weet dat ik kan?