Ethiek, wat is dat?

'Ethiek is een theorie van het menselijk handelen, waarbij mensen zich vanuit de persoonlijke beleving en de gemeenschappelijke ervaring de vraag stellen naar het goede leven'. Is nu duidelijk wat ethiek is?  Nee eigenlijk nog niet! Daarom knip ik de omschrijving in stukjes. Ter wille van de helderheid ga ik eerst iets zeggen over het slot van de omschrijving, namelijk het doel waar het allemaal om draait: “…het goede leven.”  Wat is dat ‘…het goede leven’? Dat is het leven dat ik als persoon voor waardevol en zinvol houd. Een leven dat de moeite waard is om geleefd te worden. Het is ook het leven dat we onze dierbaren zullen toewensen en waar we ons voor willen inzetten om dat leven te verwerkelijken. de vraag naar het goede leven, gaat over de actuele situatie van mij, maar ook over mijn ideaal voor de toekomst.  Nu stuit ik al onmiddellijk op een grote diversiteit aan opvattingen, want wat ik ‘goed leven’ vind, hoeft een ander geen goed leven te vinden. Mijn idealen zijn niet gelijk aan die van U en van jou. Dat is voor mij een van de redenen om aan ethiek te doen, namelijk om in mezelf en in de gemeenschap van mensen waarin ik leef, een harmonie te vinden om een goed leven te kunnen leven. Nu hoef ik me niet over alles druk te maken. Heel veel is namelijk al gedaan en wordt nog steeds gedaan. In de cultuur waarin ik leef is al heel veel vastgelegd wat we allemaal goed vinden. Dat zijn onze waarden, vrijheid, rechtvaardigheid, zelfbeschikking eerlijkheid en nog veel meer. Een aantal zaken zijn vastgelegd in wetten en regels (normen) om een goed leven mogelijk te maken. Maar ik ben niet statisch, ik ontwikkel mij, ik word ouder en daarmee veranderen mijn idealen. Dat geldt niet alleen voor mij, maar dat geldt voor de hele westerse democratische samenleving. Als samenleving ontwikkelen we ons voortdurend op alle terreinen en veranderen onze denkbeelden. Dat vraagt ook steeds om een afweging van mij. De veranderingen kunnen namelijk ook van invloed zijn op mijn beeld van het goede leven. Bijvoorbeeld: Ik kan niet meer met 55 jaar met pensioen, maar ik werk nu door tot 68 jaar. De snel veranderende wereld doet niet alleen een beroep op mijn ideaal van goed leven, maar ook op de wijze waarop ik aan ethiek doe. In een statische samenleving waarin slechts sporadisch nieuwe inzichten of ontwikkelingen worden toegelaten of niets mag veranderen, blijven waarden en normen generaties lang gehandhaafd. De waarden en regels krijgen door de tijden heen ook een mythisch en onveranderlijk karakter. Ze zijn in graniet gehouwen.

In een dynamische samenleving verandert de wijze waarop ik aan ethiek doe op twee niveau's. In de eerste plaats is het maatschappelijk waardenstelsel in beweging. Er zijn belangrijke waarden, die niemand zal opgeven, maar er is geen algemeen stelsel van waarden waaraan iedereen moet voldoen, of wordt geacht aan te voldoen. Die beweging van het waardenstelsel ontstaat niet zomaar, maar wordt ook door mij veroorzaakt. Ik doe dat door een stem op een politieke partij, door protest, door kritiek, boycot of publicatie van een artikel. En daarmee zijn we gelijk op het tweede punt aangekomen: het persoonlijke deel 'van aan ethiek' doen namelijk mijn opvatting van het goede leven ontwikkelen.  Nu er geen vastomlijnd waardenstelsel meer is, ben ik ook meer op mezelf aangewezen. Ik heb meer vrijheid om het goede leven zelf in te invullen, maar ik moet dat ook doen, want de ander doet het niet meer. Er zijn geen morele gezagsdragers meer met een bijna absoluut gezag. Er zijn nog morele gezagsdragers, maar het is aan mij om hun gezag te aanvaarden of af te wijzen. De inbreng van aansprekende nieuwe inzichten en opvattingen, verandert dus niet alleen mijn visie op doed leven, maar ook dat van de gemeenschappelijk opvattingen. Een hedendaags voorbeeld is een beroemd geworden bijdrage van Judith Jarvis Thomson aan het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen; the famous violinist. U komt haar nog tegen op deze website.  Er is nog veel meer te zeggen over het goede leven, maar nu eerst de omschrijving in stukjes.

"Ethiek is een theorie..", betekent ethiek is een systematische wetenschap. Er zit een ordening in het denken over wat goed leven is. Dat wil zeggen: opvattingen mogen niet met elkaar in tegenspraak zijn. Opvattingen dienen ook logisch op elkaar te volgen. De opvattingen en de stellingen dienen ook aan te sluiten bij de waarneembare werkelijkheid, de wetenschap of de algemeen geaccepteerde inzichten (tenzij er goede argumenten zijn). Een klassiek voorbeeld van een redenering die niet aansluit bij de genoemde voorwaarden, is de volgende: alle mensen zijn sterfelijk. Socrates is een mens. Socrates is niet sterfelijk. Dat opvattingen in de tijd veranderen weten we ook: In de oudheid was men er van overtuigd dat de wereld plat was en de zon om de aarde draaide. De aarde was het middelpunt van alles. Thans weten we dat het zo niet werkt. Dat betekent voor de ethiek dat we tal van historische waarden die oude opvattingen relateren, niet zomaar meer kunnen overnemen. 

Gaan we nu een stap verder: "Ethiek is een theorie van het menselijk handelen". Dat betekent dat ethiek de (voorgenomen) menselijke handeling tot onderwerp heeft. Dat zijn vooral die handelingen, die ik doe (of bewust niet doe) in het openbare leven en waarmee ik dus direct of indirect andere mensen  beïnvloed door mijn (nalaten te) handelen, of waarvan anderen de gevolgen nu of in de toekomst zullen ondervinden. Het menselijk handelen verwijst dus naar twee soorten handelingen: Handelingen in verleden en handelingen in de toekomst. Uitspraken die ik doe over gestelde handelingen in het verleden, zijn de oordelen. Ik oordeel dan veelal over het resultaat van de handeling. Niet onbelangrijk is ook of het resultaat overeenstemt met het vooraf beoogde doel. Zo ja, dan is de handeling als gelukt te bestempelen. Zo succesvol ben ik niet altijd. Mijn handeling heeft soms ook nog onvoorzien gevolg en zelfs een ongewenst effect. Mijn afweging vooraf was mogelijk onvoldoende, hetgeen de vraag oproept naar de motieven van de handeling. Kan ik nog achterhalen wat mij heeft bewogen, heb ik wel alle stappen zorgvuldig gedaan. Waren de ongewenste neveneffecten te voorzien geweest, of vermijdbaar geweest? Dit zijn een aantal onderdelen die ik meeneem in de oordeelsvorming. Een oordeel dat is gebaseerd op mijn opvatting over waarden en mijn opvatting over de waarden en normen in de samenleving. Ik heb dus nooit een objectief waardeoordeel. Het is altijd mijn oordeel. Dat kan betekenen dat mijn oordeel  anders is als dat van de samenleving of  dat van de wetgever of rechterlijke macht. Ik kan nadrukkelijk iets heel anders vinden. We zullen daarvan een aantal voorbeelden behandelen. Er is nog veel meer te zeggen over het verleden, maar voor ons doel is het voor dit moment voldoende. Vanuit de ethiek wordt mij gevraagd een oordeel te vormen.

Maar in de ethiek gaat het vooral ook om de overweging voorafgaand aan (het nalaten van) een handeling. Ik stel me de vraag: 'Doe ik er wel goed aan dat ik...?' Nu vraag ik dus aan mezelf waarom ik iets wil gaan doen: 'Wat drijft mij om dit te doen?' Nu volgen er in feite twee vragen die in het laatste deel van de omschrijving van ethiek naar voren komen:  ‘… waarbij mensen zich vanuit de persoonlijke beleving en de gemeenschappelijke ervaring de vraag stellen naar het goede leven'. De vraag: ‘Doe ik er wel goed aan, dat ik…’  wordt beantwoord vanuit de persoonlijke ervaring. Dat wil dus zeggen vanuit de persoonlijke waarden en opvattingen. Hier wordt dus gevraagd wat ik versta onder het goede leven.  Maar dan wel op de voorwaarde die in het eerste deel van de omschrijving is gesteld, namelijk: dat ik dat systematisch doe. Dat wil dus zeggen dat de argumenten en motieven logisch dienen te worden geordend en gepresenteerd. De argumenten en motieven in mijn betoog dienen ook inzichtelijk zijn voor en getoetst kunnen worden door de gesprekspartners. Die eigen drijfveren (dat zijn de motieven en argumenten) helder verwoorden is echter nog niet zo eenvoudig. Ik zoek dan ook nog wel eens naar manieren om er onderuit te komen. Om mijn onvermogen op dit punt wat te bedekken, verwijs ik naar een 'deskundige', een beroemd persoon of een godheid, een ideologie of een verordening van een leermeester(es). Maar dat is eigenlijk niet de bedoeling. Ethiek gaat er nu ook juist over dat mijn mening telt. Dat wil zeggen: In de ethiek krijg ik de gelegenheid mijn mening te geven.  Aan uitspraken van een (ideologische) leider kan geen bijzonder gezag of autoriteit worden ontleend in een morele stelling. Ik moet dus zeggen wat ik er van vind. Datzelfde probleem doet zich ook voor bij de omschrijving van de doelen. Ook dat is lastig. Maar ook hier gelden in feite precies dezelfde spelregels. Een beroep op het 'dierwelzijn', of 'dat het goed gaat met het milieu', of 'de schoonheid van de natuur', of een 'leven in het hiernamaals' zijn mogelijk collectieve waarden en doelen van velen, maar ze zeggen niets over mijn specifieke doel. Ik kan aan al deze fenomenen een waarde toekennen, maar dat hoeft niet voor anderen te gelden. Het gaat dus om de eigen drijfveren en de eigen doelen zoals: ik vind het van belang dat zwanen in de gracht kunnen blijven zwemmen zodat onze kinderen met de levende natuur in contact komen. Of: ik besteed mijn vakantiegeld aan de aankoop van zonnepanelen, omdat ik het een goede investering vind en ook meewerk aan een duurzame energiewinning. Of: ik vind dat alle dieselmotoren uit de stad moeten worden geweerd, want dat helpt tegen de luchtverontreiniging en dat komt de gezondheid van mijn kinderen ten goede. Mijn vakantie in de achtertuin en zonnepanelen op het dak hoeft niet te betekenen dat alle daken nu volhangen met zonnepanelen. En of het haalbaar is de dieselmotoren te weren uit de stad, moet - net als die zonnepanelen - blijken uit de vraag naar de gemeenschappelijke ervaring …naar het goede leven'. Dat wil zeggen of alle andere mensen ook zo denken over zwanen, duurzame energie en dieselmotoren. Heb ik iedereen met mijn argumenten kunnen overtuigd dan komen er zonnepanelen, op elk dak, puilen de grachten uit van de zwanen en is er geen dieselmotor meer te bekennen in de stad. Maar, ... een ieder kan andere afwegingen maken, of andere prioriteiten stellen. Het kan zelfs  zijn dat ik  geen gedoogsteun krijg voor het plaatsten van zonnepanelen, omdat de samenleving andere verordeningen en voorkeuren heeft. In mijn overweging werp ik dus tevens een blik op de opvattingen in de gemeenschap. Hoe kijkt de gemeenschap er tegenaan en wat zegt de wetgever over deze zaak. Of nog sterker, juist wanneer mijn opvatting botst met die van anderen ga ik scherper kijken naar de eigen motieven en die van anderen, om betere argumenten voor mijn stellingen te vinden. Met als doel: Is de gemeenschap ook te bewegen om (iets van) mijn idealen en doelen over te nemen? Of in een meer defensieve opstelling in een persoonlijke casus: Staat de gemeenschap mij toe om die handeling te stellen. In het laatste geval vraag ik dus niet of anderen instemmen met mijn opvatting, maar of er een zekere gedoogsteun is, voor mijn opvatting, bijvoorbeeld mag ik nog een windmolen plaatsen, hoewel die ook in het zicht staat van de buren?

Samenvattend:  De vraag: 'wat moet ik doen? ' is een lastige vraag. Laat ik beginnen om dat te constateren. Deze constatering maakt waakzaam voor snelle, goedkope of eenvoudige oplossingen, waar ik al snel spijt van krijg. Tegelijkertijd draagt dit besef er toe bij dan ik 'om de hete brei'  blijf heendraaien. Of dat de besluitvorming uit handen wordt gegeven aan deskundigen, 'goeroes', 'specialisten', interim-managers of consultans.  Vanuit ethisch oogpunt worden deze omwegen in feite afgesloten. Er wordt naar mijn opvatting gevraagd. Het uitgangspunt is dat ik in staat word geacht de lastige vraag zelf het hoofd te bieden. Daarvoor biedt de ethiek enkele instrumenten aan in de vorm van een werkdefinitie zoals hiervoor beschreven. In de definitie zit in feite een globaal stappenplan besloten. Toegegeven, de uitvoering van de werkdefinitie vraagt ruimte in mijn agenda en vooral ook in mijn hoofd. Die ruimte is vooral nodig om de echte idealen, verlangens  en doelen een plaats te bieden. Door te luisteren naar mezelf komt een eigen leven in beeld.