Idealen, en hun effect

Om te beginnen dit: er zijn tal van belangwekkende artikelen en blogs geschreven over idealen. In dit artikel gaat het er niet om welke idealen er allemaal wel zijn. Ook niet welke ik zou moeten hebben, of welke de voorkeur hebben boven andere.  Ik kijk naar de ontwikkeling van idealen. Hoe kom ik er aan? Wat is de betekenis van idealen voor mijn handelen?  De speurtocht begint bij het begrip 'ideaal'. Het woord ideaal heeft een oorsprong in het Griekse woord 'idea'  dat 'áanblik', 'uiterlijk', 'gestalte' of 'gedachtegang' betekent. Plato gebruikt  'idea' naast 'eidos' (gezichtsbeeld dat men van iemand ontvangt,) om naar een geestelijke voorstelling te verwijzen. Ook zien we het woord ' eidon' opduiken als het gaat om de beschrijving van visionaire voorstellingen. Plato gebruikt het woord vooral om een aangenaam toekomstbeeld te schetsen van en voor mensen in de samenleving. De gedachte aan een toekomstige werkelijkheid van vrede en harmonie is een bekend fenomeen in vroege teksten uit Oud Israël, Egypte en Mesopotamiè. In het Hebreeuws weergegeven met het begrip 'chizajoon'  beeld, visioen in de betekenis van een beeld voor een aangename toekomst -2 Samuel  7:17.  Teksten vanuit Oud-Israël en Mesopotamië schetsen niet alleen een hunkering naar een paradijs maar ook een verlangen naar vrede, veiligheid, gezondheid, waardigheid, relatie, gezin en onsterfelijkheid. Deze oeroude voorstellingen, geven eerst en vooral aan dat mensen van alle tijden zich omringen met voorstellingen van een gelukkig leven, zonder tegenslag. Dat wil zeggen voorstellingen waarin een droombeeld wordt geschetst van het eigen bestaan te midden van anderen.

Wanneer we kijken naar de context waarin deze teksten zijn ontstaan, kan zich een verlangen naar een andere wereld wel voorstellen. De weerbarstige werkelijkheid en de ervaringen van onmacht, angst en ongemak doet de mens verlangen naar voorstellingen van een andere werkelijkheid. Deze idealen of vergezichten zijn vervolgens ook actief nagestreefd, geformaliseerd, geritualiseerd en verweven met religies en instituties. Almachtige en onsterfelijke goden die de idealen kunnen verwerkelijken, was de leer. Priesters en heersers zijn de middelaars tussen de goden en mensen. Zij waren door de godheid aangesteld en leidden met hun onwankelbaar en ontwijfelbare leer de mensen naar een goed en veilig leven. Riten, offers, dienstbaarheid en een oprechte levensstijl stemden de goden (en de priesters) gunstig en welwillend, zo was de gedachte.  'Do ut des', ik geef opdat u geeft, is de onvermijdelijke gedachte achter deze religies. Dat wil zeggen± ik geef opdat de godheid mijn ideaal verwerkelijkt of tenminste een bijdrage levert aan mijn ideaal. De geloofswaarheden werden uitgangspunt van het denken, ook in het Westen. 

Nu gebeurt er echter wel iets vanaf de late Middeleeuwen dat bij de Duitse filosoof I.Kant zijn beslag krijgt. Tal van opvattingen die lange tijd als een vorm van kennis werden aangemerkt en behoorden tot onwankelbare waarheden, blijken dat volgens I. Kant niet te zijn. Grote denkers als  Newton, Copernicus, Hume en vele andere plaatsten al vraagtekens bij tal van leerstellingen en klassieke opvattingen over de bestaande kennis. I. Kant doet daar nog een schepje bovenop. Er is een fenomenale werkelijkheid, stelt Kant, die ik kan ervaren door middel van zintuigen en er is een noumenale wereld die ik me kan voorstellen, maar niet kan ervaren en dus niet als kennis kan worden aangemerkt. Kants filosofie impliceert: er is geen kennis omtrent God, een godheid of een hogere macht. Dat betekent op haar beurt, dat er geen kennis is van een hogere macht, die idealen ondersteunt of verwerkelijkt. Dat doet weinig af aan het bestaan van idealen, maar bij de verwerkelijking ervan verliest men wel enige vermeende zekerheden. Men kan geloven en vertrouwen op steun van een hogere macht, maar dat is geen kennis.

Idealen reiken verder dan de kennis

Er voltrekt zich vervolgens een opmerkelijk proces: we zien dat oude antwoorden op idealen worden ingeruild voor nieuwe. De idee van creationisme wordt ingeruild voor een projectie van de relativiteitstheorie, ook schamper wel de Big Bang theorie genoemd. De wiskundige formule kent echter nog wat natuurkundige problemen om het ontstaan van de aarde en zelfs het gehele heelal te verklaren, maar wordt thans gepresenteerd als een plausibele verklaring voor het ontstaan van de aarde. Maar, let wel, de zienswijze van frater, professor Lemaitre is een theorie, die zeer wel steunt op fenomenale verschijnselen en wiskundige stappen.  Doch niemand heeft ooit de oerknal waargenomen of ervaren, dus is het geen kennis. We zien hier dat de ene ideologie wordt ingeruild voor de andere. Het ontstaan van de aarde is een mysterie, dat we niet kennen. De vraag rijst dan ook vanwaar de behoefte om de oorsprong van ons bestaan te duiden? Waarom veronderstellen we een begin van het heelal? Of beter, waarom zoeken we naar een verklaring voor een oorsprong van het heelal? Het is kennelijk een onverdraagzame gedachte dat we moeten leven met een mysterie, met een open vraag. Er is behoefte aan overzicht, aan categorieën en aan grenzen in tijd en in ruimte. Ik neem bewust dit voorbeeld om aan te geven hoezeer we de onvolkomenheden op de levensweg dichtplakken met idealen. Wat we hier zien is dat de mensheid sinds mensenheugenis worstelt met een weerbarstige werkelijkheid. De behoefte aan een geriefelijke voorstelling is zo groot dat we over de grenzen van de kennis pogen heen te reiken, om maar het gevoel te hebben dat we het goed ordenen en dat toch niet voor onaangename verrassingen komen te staan. 

idealen dragen waarden en doen een beroep op het geweten

Hoezeer we hechten aan overzichtelijke ordening toont zich ook in de aandacht voor klimaat, natuur en milieu. Achter de inspanningen om natuur en milieu te beschermen, schuilt het ideaal van het goede leven, zoals wij dat voor ons zien. We getroosten ons grote offers en inspanningen om de wereld te houden, zoals we die nu ervaren of zouden willen ervaren. Om alvast een voorproefje te nemen scheppen we natuurparken. Het gaat hier bewust om idealen, immers de resultaten van al die inspanningen zullen velen niet meer beleven, maar hopelijk wel de kinderen en klein kinderen, zo is de verwachting. De idealen rond deze thema's van klimaat, natuur en milieu tonen helder aan dat voor het verwerkelijken ervan meer nodig is dan kennis, maar ook veel verder reiken dan het eigen belang. Deze thema's laten scherp zien hoe idealen ontstaan. Wroeging vanwege en herbezinning op de bestaande levenswijze spelen hierbij namelijk een prominente rol. Die wroeging is er niet bij iedereen, blijkt evenzeer. Idealen omtrent leefbaarheid wedijveren met andere belangen om voorrang. Kiest men voor leefbaarheid straks of voor welvaart nu. Voor een afweging tussen beide is meer nodig dan kennis. Idealen dragen waarden in zich, die niet kenbaar zijn. Ik kan immers de leefbaarheid over een eeuw niet kennen. Het ideaal van leefbaarheid, wordt ondersteund met een veelgehoord argument: 'ik wil een leefbare wereld nalaten aan m'n kinderen'. Deze uitspraak impliceert een norm ten aanzien van leefbaarheid. Namelijk de leefbaarheid zoals we deze thans ervaren,. Dat is kennis. Vervolgens worden er data verzameld die relevant zijn voor de leefbaarheid, zoals temperatuur, uitstoot gassen etc.  Vervolgens worden er  scenario's met vergezichten getekend of beschreven omtrent de betekenis van bijvoorbeeld de opwarming van de aarde ten gevolge van de CO2 uitstoot. De uitkomsten van scenario's gebruikt men om zichzelf en/of anderen te overtuigen om bijvoorbeeld de uitstoot van CO2 te verminderen om een stijging van de zeewaterspiegel te vermijden over 50 jaar. Wat we hier zien is dat het ideaal van leefbaarheid, wordt ondersteund door doemscenario's. De leefbaarheid van de kinderen en kleinkinderen is niet meer een bijna natuurlijk ideaal dat iedereen kan wensen. Deze benadering doet gewild of ongewild een beroep op het geweten. Ik ben een gewetenloze opa, wanneer ik nu nog stroom betrekt uit een kolengestookte centrale; of een plofkip eet, een boom omhak of een nieuwe dieselauto koop. Idealen krijgen op wijze een negatieve lading. 

Een ideaal herbergt een vergezicht dat zich procesmatig ontwikkelt

Hoe zit dat met mijn idealen? Zitten die ook verbonden aan voetangels en klemmen en word ik ook gedreven door wroeging vanwege de natuur of milieuschade die ik veroorzaak? Ja, in zekere zin is dat het geval. Ook mijn idealen zijn een reactie op de weerbarstige werkelijkheid van alle dag, die ik maar al te graag wil wegpoetsen. De wereld zou er toch heel wat anders uitzien, wanneer oorlog, honger, ziekte, pijn en vervuiling tot het verleden zouden behoorden. En ik kan nog even doorgaan met mijn lijstje van harmonieuze vergezichten. 'Vergezicht' is een passende term, die ik hier wil gebruiken. Vergezicht houdt in dat er nog een afstand zit tussen waar ik nu ben en het 'ginds' en het 'later in de toekomst', waar ik uit wil komen. Het nu waar ik nu ben, is niet bevredigend. Ik help ook mee om de aarde op te warmen. Ik weet wel dat nu zo is, maar ik wens toch dat er iets verandert. En naarmate de tijd verder gaat, - en er dus niets verandert, want ik doe eigenlijk niets - voel ik een innerlijke drang om nu toch eens uit de luie stoel te komen. De tijd begint voor mijn gevoel te dringen, om nu daadwerkelijk stappen te ondernemen. Ik zou mezelf voor de gek houden om nog een jaar te wachten. En min of meer onbewust kijk ik naar middelen en methoden om energie te besparen. Ik lees me in, ik luister naar verhalen en kijk naar de mogelijkheden. En geleidelijk ontstaat er een vergezicht. Maar het begrip 'vergezicht' heeft daarmee ook nog een andere betekenis in zich, namelijk een vergezicht is nog niet helder. Ik overzie de situatie nog niet in alle details.  Ik kan die verdere details pas zien wanneer ik daadwerkelijk de eerste stappen zet. Het besluit valt: de panelen voor warm water verschijnen op het dak. In dit geval is er de volgende dag reeds resultaat: warm water. En in het begin kijk regelmatig op de app om te kijken hoe warm het warm het water is. Deze ervaring spoort aan om meer te geen doen: zonnepanelen verschijnen op het dak. En opnieuw onmiddellijk resultaat. Het bereiken van een volgende stap in het proces van verwerkelijking van een ideaal is dan op haar beurt weer een drijfveer, soms persoonlijk maar ook in de gemeenschap, waarin ik leef om verder te werken aan de vervolmaking van het ideaal. Ik kijk namelijk niet alleen wat die panelen opbrengen. Het fenomeen dat de meter terugloopt op een zonnige dag, wekt een sensatie op in mij. Ik word gedreven om te kijken wat ik nog meer kan doen. Investeringsruimte is er nu even niet, dus grote investeringen zitten er niet in. Ik denk na over besparing van energie om 'm'n eigen energie zo goed mogelijk te gebruiken. Dat is de opstap om m'n gedrag aan te passen door te letten op het energieverbruik en vervolgens worden de lampen geleidelijk vervangen door led-verlichting. Ik bemerk dat een ideaal zich in de loop van de tijd verder ontwikkelt, door verkregen kennis, ervaring en actuele omstandigheden. Het proces van verwerkelijking brengt me op inzichten, ervaringen en contacten die ik niet vooraf kan voorzien.   

Idealen en de teleurstelling

Schenken al mijn idealen zoveel voldoening? Neen, sterker, soms sneuvelen idealen door gebrek aan faciliteiten, tijd, vaardigheden, onmacht, angst teleurstelling en er zijn nog veel meer oorzaken te bedenken. Het stranden van een ideaal, gaat gepaard met emoties. het is me immers niet gelukt om te bereiken wat ik wilde bereiken. Ik neem nu een vrij algemeen voorbeeld, waar ik uiteindelijk bij mezelf uitkom. Idealen herbergen een verwachting om voetangels en klemmen op levenspad te overbruggen, stelde ik eerder. Een ideaal veronderstelt een kracht, een macht of een mogelijkheid om iets te realiseren. Vrijwel alle ideologieën en religies hebben idealen in zich.  Te midden van de religies en ideologieën ben ik ook opgegroeid. De verwachtingen voor de wereld, de vrede, de economie, de technologie en de welvaart waren hoog gespannen. Bob Dylan bezong het treffend: 'The country I come from has God on his side'.  De idealen waren overigens net weer terug. Trauma's van dood, verderf, vernietiging en concentratiekamp werden weggestopt, net na de Tweede Wereldoorlog. De blik was op de toekomst gericht. Ideologie en religie beleefden hoogtijdagen. Overtuigingen werden als waarheden gepresenteerd. Idealen werden als een rotsvaste toekomstbeelden aangekondigd. De weerbarstige werkelijkheid was echter in tegenspraak met de dogmatische en ideologische leerstellingen en vergezichten van sociale, maatschappelijke en religieuze bewegingen. De hemel op aarde bleef uit. De socialistische staat met gelijkheid voor iedereen liet ook nog op zich wachten. En God verloste de mens niet van kwaad, haat, ziekte, pijn en dood. Teleurstellingen volgden. Velen voelden zich vrij om de ideologische veren en overtuigingen van zich af te schudden. Verlost van vermeende kennis en het bijbehorende keurslijf werden nieuwe idealen gezocht, maar nu op basis van ware kennis: de persoonlijke ervaring. Het individu als middelpunt van z'n eigen ideaal voor kennis, welvaart, vrijheid, vrede en gezondheid. 'Alles mag wat kan'. Dit zijn slechts een paar indrukken van ontwikkelingen in de recente geschiedenis, die mijn idealen mede hebben bepaald. 

Maar welke hobbels, voetangels en klemmen zie ik dan? Er is wel gesteld dat de grote verhalen de zeggingskracht verloren hebben.  Ik denk dat dat niet klopt. Die grote verhalen zijn er nog wel, maar het misbruik van  die verhalen, roept weerzin, miskenning en frustratie op. In naam van de partij, de partijleider, de kerk, de profeet of de godheid werd en wordt volgzaamheid verwacht. In naam van het verhaal werd en wordt macht uitgeoefend door gezagsdragers.  De kracht van de grote verhalen was in oorsprong niet het opleggen van gezag. De oorspronkelijke kracht van de verhalen was dat idealen werden gebundeld. Het welbevinden van de mens was zonder uitzondering het middelpunt van vrijwel elke ideologie of religie.  Maar de idealen in de verhalen werden en worden gebruikt als een machtsmiddel om vele volgelingen te winnen om de eigen stem kracht bij te zetten. En vervolgens werd het ideaal een chantagemiddel om de volgelingen vast te houden en te pressen in een keurslijf. Vrouwen moesten onderdanig zijn aan de man, ze waren plotsklaps geen baas meer in eigen buik ( want dat waren ze van oorsprong wel!!). Wanneer ik niet doe wat de leermeester, de kerk, de profeet, de partij zegt dan... moet ik vrezen voor het mislopen van de doelstellingen die in het ideaal zijn geformuleerd. Ik word buiten de partij, de gemeenschap, de familie, de kerk gezet en kan een hel of verdoemenis tegemoet zien en van heil of genezing blijf ik verstoken.  Ik blijf dan ook niet bij de groep, of gemeenschap vanwege het ideaal, maar uit angst voor verstoting en vereenzaming. Verhalen die eens een samenbindende factor hadden, zijn verworden tot een spijtzwam, die scepsis en cynisme oproepen vanwege de diepgevoelde teleurstelling. Natuurlijk heb ik nog idealen en zie ik vergezichten. Maar de pijn van de teleurstelling wil ik vermijden. Dat wil zeggen: ik wil risico's mijden. Hier dient zich een dilemma aan: immers het nastreven van een ideaal is verweven met initiatieven en verantwoordelijkheden in een situatie vol onzekerheden. Maar er is meer, met het verwerkelijken van een ideaal ben ik ook aangewezen op anderen. Maar velen zijn net zo sceptisch als ik, wanneer er weer een groot verhaal opduikt. Er ontstaat een 'Nee-cultuur' vol idealen met een ontkenning: 'nee' tegen de bom en de kernraket, tegen de oorlog,  tegen abortus, geen vervuiling, geen opwarming. 'Nee', als politieke  ideologie: 'Zeg: "Nee', stem ...' geen globalisering, geen Europa, geen vreemdelingen. In naam van de vrede, het pacifisme en milieu blijven de handen op de rug. Maar ook deze houding heeft gevolgen:  Karremans en zijn manschappen worden aan hun lot overgelaten in Szebrenica, tal van vrouwen en vluchtelingen ook. We douchen, koken en verwarmen ons met gas. We vliegen naar exotisch oorden, onder mom 'het zal mijn tijd wel duren'.   

Ik denk derhalve dat het niet aan de verhalen ligt, maar aan mij. ik heb niet de verhalen verloren, ik heb mezelf verloren. De voortdurende dreiging van misbruik van mijn idealen woekert voort. In de zoektocht naar macht, dat wil zeggen de zoektocht naar identiteit, erkenning,  status en invloed, verliezen we onszelf voortdurend uit het oog vanwege de angst die ons bekruipt om gekwetst te worden. Ik heb het vertrouwen in de ander verloren, omdat we niet samen meer ergens voor kunnen gaan, anders dan het platte eigenbelang op de korte termijn: mijn huis, mijn pensioen, mijn vakantie, mijn werk. Er is weer een dag voorbij. Ik zit peinzend in m'n stoel. Wanneer kom ik nu eindelijk uit mijn schulp, wanneer heb ik nu wel zoveel moed om de verhalen bij elkaar te rapen om ze toch maar opnieuw te vertellen? Verhalen over idealen die raken.