Ethiek loont

Het vertrekpunt van het BvMG is 'ethiek loont'. Dit is in zekere zin een opwindend uitgangspunt in een kapitalistische samenleving. Bij ethiek denken we toch vaak aan 'geven aan de ander', aan 'medemenselijkheid, aan ' een deugdelijke houding'. Dat staat toch wat op gespannen voet met 'het individualisme' en marktwerking?

'Ethiek loont' gaat inderdaad ook over eigen belang. Ethiek gaat namelijk niet alleen over geven of verdelen. Voor ik iets kan geven of verdelen, moet ik iets bezitten om te geven of te verdelen. Ethiek is -en dat geldt voor alle artikelen op deze site- een theorie van het menselijk handelen, waarbij mensen zich vanuit de persoonlijke beleving en de gemeenschappelijke ervaring de vraag stellen naar het goede leven. Het gaat dus over mijn handelen, en over mijn belevingen in de samenleving. Ik ga dus mijn opvatting over goed leven zelf ontwikkelen. Dat doe ik in de  samenleving te midden van alle andere mensen die ook die samenleving vorm geven. Die samenleving biedt mij tal van mogelijkheden door mij een reeks van voorzieningen aan te bieden van scholing, rechtsorde, zorgverlening, infrastructuur en nog veel meer.  De samenleving verwacht van mij dat ik op correcte wijze omga met mens, dier, natuur en alle voorzieningen die mij worden aangeboden. In wie ik ben, ga ik nu een eigen weg zoeken in die samenleving. Ik ga die eigen beleving ontwikkelen en houdt die tegen het licht van de gemeenschappelijk ervaring (dat is de samenleving zoals ik haar zie en ervaar). Dat toetsen van mijn beleving aan de maatschappelijke ervaring doe ik voortdurend. Vanaf mijn prille jeugd maak ik keuzes tussen de dingen die mij worden aangeboden: Dit vind ik lekker en dat niet;  Ik speel graag buiten; Ik studeer techniek; Ik kies voor een baan. En zo gaat dat  verder. Sterker, het nadenken over goed leven, blijft doorgaan, mijn leven lang, omdat ik verander en de wereld om mij heen ook. Steeds maak ik weer nieuwe afwegingen en maak ik keuzes uit de mogelijkheden die ik heb in de samenleving. Ik doe dat omdat ik van mening ben dat het zinvol is voor mij en de samenleving. Om de zin van mijn bestaan te verrijken. En hierover gaat het in de ethiek  Ethiek gaat over keuzes maken die zinvol zijn en bijdragen aan een leven dat lukt. Dat is een gelukkig leven. Een ethische of morele afweging - want dat is ongeveer hetzelfde-  bevordert een zinvol of goed leven.

Maar hoe zit het dan, met dat loon? In het prille leven maakte ik keuzes op basis van persoonlijk voorkeuren: 'Dat vind ik lekker; Dat vind ik leuk'of: 'Dat wekt afkeer en angst op' Kortom: wat ik ervaar, wat er in mij opkomt, dat doe ik, of dat wil ik. Mijn gevoel, mijn beleving was mijn raadgever.  Ik deed alleen waar ik zin in had, of zoals het goed voelde. Lukte dat niet dan ging ik huilen of zeuren of mokken. Mijn opvoeders hebben dat enigszins gekanaliseerd door grenzen en regels te stellen, althans dat hebben ze geprobeerd, met wisselend succes. Dat veranderde namelijk mijn houding wel een beetje. Ik deed toen alles waar ik zin in had, zolang het niet al te zeer verboden was. Ik kon tussen de mazen van de regels en voorschriften door me nog prima vermaken want de ander moest maar aangeven waar de grenzen lagen. In zekere zin was dit wel een morele houding van mij: ik hield me immers (meestal) aan de huisregels die er waren. Maar eenmaal over de drempel van het huis, bemerkte ik dat anderen op dezelfde wijze leefden als ik: alles mag, zolang het niet verboden wordt. Op weg naar school op een klein fietsje kreeg ik al snel de bijnaam 'waterkop'. Ik kreeg de indruk dat er iets mis was met mij, dat ik tot nu toe niet wist. 's Middags, na school, peddelde ik naar huis, zocht de spiegel op met de vraag: klopt hier iets niet?  De aanduiding 'waterkop' voelde als een afwijzing, als een bedreiging, als een diskwalificatie. Ik ging geleidelijk ontdekken dat ik me zelf staande moest houden en verweren tegen bedreigingen van buitenaf. Er gingen wel wat opties door m'n hoofd.  Bedreigingen kan ik in een handgemeen beslechten. De sterkste heeft immers altijd gelijk; hij kan alle onheil met geweld in de kiem smoren, was mijn redenering. Die optie viel echter snel af, want ze waren met te veel en vooral ook veel groter en sterker. Ik ontwikkelde - hoe moeizaam ook- een zekere berusting of acceptatie, een status quo, rond de gehele situatie. Die ontwikkeling van de acceptatie is in feite een zoektocht naar zelfbehoud. Een zoektocht om jezelf te blijven te midden van 'leiders' in een groep. Ik heb nooit de behoefte gehad om me dan maar achter die 'leiders' te scharen wanneer ik ze niet kon verslaan.  Nee, er voltrok zich iets anders.

Ik ging antenne's ontwikkelen voor bedreiging en gevaar. Die antenne's bestaan er uit dat ik een soort muur ontwikkelde met allemaal kleine vensters en deuren.  Ik liet niet zomaar iemand binnen. Eerst kijken of het veilig is, pas dan gaat de deur open. Ik ging me beschermen tegen pijn en vernedering. Maar pas op dat was ook link. Nog even en ik bespeurde vermijdgedrag. Alles wat maar enigszins op gevaar duidde, daar liep ik met een grote boog omheen. Maar waar moest ik dan heen? Nog even en dan was ik alleen nog maar druk doende met het maken van grote bogen. De andere optie was dat ik de bedreiging maar accepteerde. Ik leerde een zeker risico te nemen dat ik word gekwetst. Daar ging ik me op voorbereiden en wel zo dat ik het draagbaar houd voor mezelf.  En daar begon in feite mijn ethiek, zonder dat ik wist wat dit nu ethiek was.  Aan ethiek doen, zo weet ik nu, betekent dat ik op zoek ga naar een goed leven. Dat ik dus ook mezelf grenzen opleg. Dat is niet alleen een houding richting derden, maar eerst naar mezelf. Dat ik mijn emoties, mijn intuïtie eens onder het vergrootglas leg.  Ik maak me in zekere zin los van mijn emotionele raadgever. Ik laat me niet meer leiden door mijn vrees voor gekwetst worden. Die persoonlijke emoties zijn er allemaal wel, maar ze zijn niet de beslissende raadgever.  Ik ga die emoties toetsen op hun redelijkheid. Kortom: ik word redelijk. Of misschien kan ik het beter zeggen: ik laat de rede, toe als toets van mijn emoties, zoals verlangens, angsten en boosheid.  Ik krijg grip op de emoties. daarmee ben ik ze nog lang niet altijd de baas.  Hier begint niet alleen de ethiek, maar ook mijn vrijheid, om de dingen te doen die ik echt wil. Het gaat om het proces van nadenken, of nauwkeuriger: over de wijze waarop ik nadenk over mijn motieven voor de handeling die ik zal gaan stellen, zodat ik tot een beter resultaat kom. Ik kan niet aangeven wat u, wat jij, moet gaan doen. Maar de ethiek loont, juist vanwege het denkproces dat aan de beslissing of handeling ten grondslag ligt. In dat proces leer ik zien wat ik zelf in hand hebt en wat niet. Veel dingen heb ik niet in de hand, daar kan ik ook niets aan doen. Veel heb ik ook wel in de hand, met name mezelf. Ik zit mezelf regelmatig in de weg. Ik zie beren op de weg. Een oud gezegde ga ik iets wijzigen: de mens frustreert het meest door de tegenslag die hij vreest. Wie zich dat realiseert leert te observeren en te relativeren en maakt een eigen plan waar dat kan.

Afdrukken