Een 'feel-good' theorie

John Stuart Mill en de bedoeling van de vrijheid van meningsuiting. In de lopende discussie over de betekenis van vrijheid van meningsuiting wordt wel de indruk gewekt dat de vrijheid van het woord een doel in zichzelf is. Je mag alles zeggen, ... maar wat zeg je dan? (bijgewerkt en herzien in september 2018)

Vrijheid van spreken is opnieuw in de actualiteit, vanwege uiteenlopende uitspraken van met name Geert Wilders. Wilders' uitspraken worden wel beschouwd als 'haat zaaien'. Zijn verdediging vindt dat onzin en stelt: er is gebrek aan verdraagzaamheid in de samenleving. Mijn vraag: Heeft men hier ten lande te lange tenen; voelt men zich te snel in de hoek gezet door Wilders?  Om te beginnen dit: de uitdrukking 'haat zaaien' is een beetje vreemd in de context van vrijheid van meningsuiting. Woorden die haat zaaien, hoe moet ik me dat voorstellen? Haat zaaien is een bezigheid net als mais zaaien. Het is een werkwoord dat gebonden is aan een persoon of personen, tijd en plaats. Haat zaaien is dus een handeling. Wanneer de woorden: "willen we meer of minder Marokkanen...?"  gelden als haat zaaien, wat wordt er gezaaid en wat is dan de voedingsbodem?  Kennelijk wordt hier het volgende bedoeld: 'Haat zaaien' heeft te maken met het stellen van handelingen in een bepaalde context met een bepaalde intentie, namelijk de intentie mensen zodanig te beïnvloeden dat zijn het (recht op) bestaan van de ander in tijd en plaats ontkennen. Concreet: persoon A beïnvloedt persoon B zodanig dat persoon B persoon C niet in de omgeving verdraagt. De vraag bij 'haat- zaaien' is dan ook niet of persoon A persoon C kwetst. De vraag is of A in staat is gebleken persoon B te beïnvloeden in zijn houding ten aanzien van persoon C, zodanig dat de onverdraagzaamheid van persoon B tegen C, het directe gevolg van de beïnvloeding van persoon A. Beetje ingewikkeld, vind u ook niet?

Om de verantwoordelijkheid van A in dit geval aan te tonen is niet eenvoudig, niet in de laatste plaats omdat B in de regel verantwoordelijk is voor zijn eigen daden en gedragingen ten opzichte van C. Maar stel nu dat persoon B persoon C al geruime tijd als een bedreiging beschouwt. In dat geval bevestigt persoon A alleen maar wat persoon B al lang dacht. Is dat dan ook haat zaaien? Wat A doet in dit geval is in feite een mening bevestigen of meningen verenigen. A zet B niet op tegen C, maar A maakt zichtbaar dat er een groep B's is die de aanwezigheid van de groep C's niet kan verdragen in de samenleving. A doet in feite wat John Stuart Mill beoogde met zijn relaas over vrijheid van meningsuiting, namelijk hij geeft de B's een stem.  Het probleem is dan ook niet A maar het ongenoegen van B. Het probleem met de vrijheid van meningsuiting in ons land draait dan ook niet zozeer om het verenigen van opvattingen, welke opvattingen dat ook mogen zijn, maar om het versluieren of bedekken van de waarheid. Wanneer A de mening weet te vertolken van alle B's, is dat alleen maar aan te moedigen. Het gaat immers om vrijheid van meningsuiting. A roept vraagtekens op wanneer hij uit hoofde van zijn positie op oneigenlijke gronden stemming gaat maken. In dat geval verschaft persoon A persoon B opzettelijk verkeerde informatie over persoon C. A zet in dit geval persoon B wel op tegen persoon C. Het is immers de bedoeling van persoon A dat persoon B zijn oordeel over persoon C gaat aanpassen op de informatie die A heeft verstrekt. We zouden dit haat zaaien van persoon A kunnen noemen.

Daarmee naderen we een belangrijk probleem dat ligt verscholen in de vrijheid van meningsuiting, zoals dat in liberale kring wordt verdedigd.  Een voorbeeld van Mark Rutte (2009) dat ook nu nog actueel is.. Hij stelde destijds dat het ontkennen van de holocaust niet strafbaar mag zijn.  De vrijheid van meningsuiting moet volgens de VVD  nadrukkelijk worden gegarandeerd. In de wet moet komen te staan dat vrijwel alles gezegd moet kunnen worden. Dus ook het ontkennen van de holocaust. "Ik vind het (het ontkennen van de Holocaust) een idiote stelling, maar je moet het wel kunnen zeggen", aldus Rutte toen als leider van een oppositiepartij. De stelling van Rutte heeft er veel van weg dat vrijheid van meningsuiting een doel in zichzelf is. Dat wil zeggen dat het uiten van een eigen mening - ongeacht de inhoud en ongeacht de gevolgen - altijd goed is. Maar wat betekent deze opstelling?  Dit betekent in feite dat aan de spreker geen voorwaarde kan worden gesteld met betrekking tot de inhoud en geen verantwoordelijkheid kan worden gevraagd voor de gevolgen van zijn uitingen.  Hij hoeft immers niet redelijk te zijn, hij hoeft niet consistent te zijn, hij mag zichzelf tegenspreken. Hij mag ook wat teweeg brengen of losmaken in de samenleving. Het is vrijheid van meningsuiting en moet worden gerespecteerd. Deze opstelling is vanuit liberaal oogpunt enigszins opmerkelijk te noemen, omdat de liberale opvatting over de vrijheid van meningsuiting toch wortelt in het gedachtegoed van onder meer John Stuart. Mill. 

J.S. Mill zag vrijheid van meningsuiting in welke vorm dan ook, steeds als een middel tot waarheid en waardigheid, hoe ruim hij de vrijheid van het individu ook zag. Voor J.S. Mill  was het vrije woord  toch vooral een middel om ook de vrijheid van de burger en het geluk te bevorderen van zoveel mogelijk mensen in de samenleving. Het vrije woord moest er voor zorgen dat achterhaalde opvattingen, tradities en wringende  ingeslepen gewoontes die mensen onderdrukken of misleiden aan de kaak werden gesteld. Achter deze opvatting van Mill schuilt een belangwekkende visie, namelijk dat achterhaalde, onderdrukkende en misleidende opvattingen, inzichten en dogma's het menselijk welzijn schaden. Mensen willen van nature 'lekker in hun vel zitten'; ze weten zelf wel; hoe het zit;  ze willen niet bedot en beknot worden.  Ze willen naar eer en geweten de waarheid kunnen horen en achterhalen. Vrijheid van meningsuiting kan daarbij behulpzaam zijn. Vanuit verschillende meningen en opvattingen die de ronde doen, kunnen mensen dan zelf een eigen mening of visie ontwikkelen. En... wat de meeste mensen dan goed vinden, dat zal ook het meeste geluk opleveren voor de meeste mensen en dat zal dus het goede zijn. Hier klinkt een belangwekkende opvatting van klassieke filosofen als Socrates en  Aristoteles door, namelijk: datgene wat heel veel mensen goed vinden, dat kan niet verkeerd zijn. Vrijheid van meningsuiting maakt mensen bewust van het goede en bevordert op deze wijze het geluk van zoveel mogelijk mensen volgens Mill. Dat geluk wordt dus niet rechtstreeks ontleend aan de vrijheid van meningsuiting, maar aan de vrijheid om zich te manifesteren in een gemeenschap of samenleving en te ageren tegen misstanden. Vrijheid van meningsuiting heeft dus bij Mill een achterliggend doel, namelijk: de ontwikkeling van een goede samenleving voor alle burgers. 

De prangende vraag dringt zich nu op of datgene wat mensen goed vinden wel het goede is? Kunnen heel veel mensen zich ook niet vergissen. Kunnen heel veel mensen zich niet laten misleiden?  In de ogen van Mill is de menselijke ervaring de maatstaf voor ware kennis. Mensen kunnen zich dan ook niet vergissen in de beleving van Mill. Zijn betoog is vanuit deze mensvisie goed te begrijpen. Mensen spreken tenminste integer over hun ervaring. Maar er zijn ook andere mensvisies, waarin de rede, het verstand de basis is voor kennis of combinatie van beide zoals bij de idealist I. Kant. Wanneer verkeerde interpretatie van de ervaring wel mogelijk is en dus misleiding ook wel mogelijk is, rijst de vraag of een referendum wel zo'n goed instrument voor besluitvorming? Meer nog: is de democratie wel zo'n goede besturingsvorm? Mijn ervaring en emotie, is niet altijd even zuiver. Soms duid ik door mijn emoties en opvattingen bepaalde ervaringen helemaal verkeerd. Ik doe dat soms heel bewust omdat ik bepaalde ervaringen negeer of wil buitensluiten. Ik poog vanuit emotie bepaalde ervaringen tegen beter weten in te ontkennen. Ze passen namelijk niet in mijn plaatje van goed leven. 

Hoe zit dat nu met mijn 'Feel good praktijk'. Wanneer ik terugkeer naar de stelling, dat ik in feite alles mag zeggen, ook al gaat dat in tegen alle wetten van de logica en de beleving van waarheid wat zeg ik dan en wat bereik ik dan? Hoe kan ik tegelijkertijd liegen accepteren en stellen dat ik de waarheid zoek en persoonlijke ontplooiing voorsta van mezelf en anderen?  Dat is toch met elkaar in tegenspraak? Het dilemma laat zich door een ander voorval in de politiek met dezelfde hoofdrolspeler goed illustreren. Het debat over de initiatiefwet lag inmiddels ver achter ons. De oppositieleider van toen was inmiddels premier.  Het kabinet Rutte 1 werd eens onaangenaam verrast door een opmerking van een gast bij een ontbijtprogramma. Deze gast stelde dat mensen hun eigen geld maar beter van een specifieke bank konden weghalen omdat die bank niet deugde en misschien wel zou omvallen. Het gaat hier natuurlijk over de actie van de heer Pieter Lakeman. Lakeman werd evenwel door het kabinet publiekelijk gekapitteld. Dat had Lakeman niet mogen zeggen, was de mening van het kabinet en de Nederlandse Bank, want zulke uitspraken wekken beroering bij heel veel mensen. Men dreigde zelfs met juridische stappen. Kortom: het op straat poneren van kennis, die het vertrouwen in financiële instellingen ondermijnt, moet worden vermeden. Maar hoe is dat te rijmen met vrijheid van meningsuiting? Sterker, Lakeman had volkomen gelijk. Hij deed zelfs geen idiote uitspraken om maar in de terminologie van Rutte te blijven. De bank deugde niet en het toezicht van de overheid had beschamend gefaald. Maar het gaat hier niet om gelijk of ongelijk, hier gaat het om de ondermijning van het principiële standpunt van vrijheid van meningsuiting. Dat het vertrouwen in de waarheid en de politiek hier ernstig is beschaamd, evenals in Groningen is evident.

Samenvattend: De vrijheid van meningsuiting past best aardig bij de visie op mens en kennis van J.S. Mill. Zodra ik echter deze mensvisie en kennisvisie inruil voor de opvattingen van de idealist I. Kant en anderen kom ik zwaar in de problemen.  Rutte staat met één been in de traditie van Mill, evenals Theresa May in haar betoog voor de Brexit. Het andere been staat in de weerbarstige realiteit van alle dag. Dat leidt regelmatig tot een vreemde spagaat van 'tegensprekelijkheden'. Maar is dit in een samenleving redelijk vol te houden? De democratische politiek heeft grote moeite om zich los te maken van Mill. De aanlokkelijkheid van Mill zit in zijn `feel good`- theorie, die door populisten als Geert Wilders van harte wordt omarmd.