Duurzaam

Velen en met name ouderen zullen nog herinneringen hebben aan opa's die latjes, plankjes en spijkers hergebruikten voor een nieuwe aanpassing, klus of reparatie in of om het huis. Nog veel meer mensen zien de volgepakte zolders met gebruikte spullen voor zich, waarvan men toch maar moeilijk afscheid kan nemen. Men is uitgekeken op de eens zo dure lamp, maar om er nu daadwerkelijk afscheid te nemen en de lamp aan te bieden voor hergebruik gaat dan weer net te ver, onder het motto, 'Wie weet komt hij ooit...' De groeiende welvaart heeft er echter voor gezorgd dat de zolder steeds voller raakt en het 'ooit' vrijwel altijd op 'nooit' uitdraait.  Ik wil hier maar mee aangeven dat 'hergebruik', 'duurzaam', 'circulair' niet een nieuw fenomeen is. Ze is door de welvaart en voorspoed wat op de achtergrond geraakt. De kooplust van de consument werd fors gestimuleerd, het is immers ook een belangrijke motor voor de werkgelegenheid. Zelfs de impuls aankoop kan je nog een goed gevoel geven, dat je tenminste de buurman aan een baan helpt. De tand des tijds heeft inmiddels de babyboom opgeslokt en wie nu naar de demografische kaarten kijkt, zal ook constateren dat er geen banenmotor meer nodig is, nu de bevolkingskrimp zich steeds sterker laat voelen.  En het einde daarvan is voorlopig niet in zicht.  Dat is een reden temeer om nog nadrukkelijk te kijken naar de circulaire economie. Zoals al aangegeven, is duurzaam of circulair geen nieuw fenomeen, ook niet in onze diepere beleving. Onze volgepakte zolder is onze stille getuige van onze goede bedoelingen, die er alleen nog niet echt uitkomen

De roep om vernieuwing die met name in de vorige eeuw grote opgang maakte, onder het motto: 'Alles moet anders'.  Misschien herkent u het uit uw omgeving, voortdurend kwamen er nieuwe opvattingen over werk, werksfeer, resultaten en doelen naar boven. Door 'verbinding' te maken, kan men de uitdagingen aangaan. Maar het bleef niet beperkt tot de werksfeer, het doordrong steden, dorpen en huizen, zoals Wim Sonneveld het al in de 60er jaren treffend bezingt. Echter aan die drang tot verandering van steden, dorpen en huizen ging een verandering vooraf in de hoofden van mensen. De behoefte aan verandering achter zich te laten groeide in de 20ste eeuw sterk. Sociale, maatschappelijke, economische ontwikkelingen en grote oorlogen veroorzaakten verwarring, leed en schaamte. De behoefte om het verleden en de ellende achter zich te laten en opnieuw te beginnen was aanleiding om definitief met het verleden te breken. Het liefst wilde men het hele verleden wegwissen. Het demoniseren van het verleden werd en wordt nog immer als de hoogste literaire gave beschouwd.  Alles dat riekte naar een verleden moest weg: traditie, overtuiging en zelfs de bruine bonen en de spruitjes. Dat leidde tot radicale en niets ontziende wendingen op vrijwel elk sociaal, cultureel, maatschappelijk, politiek, emotioneel  en relationeel vlak. De prijs voor deze vernieuwingsdrang of misschien beter: de demoniseringsgolf, komen nu geleidelijk in beeld. Wie naar de resultaten kijkt, wordt niet alleen vrolijk.  Sterker, de prijs is op vele fronten nogal hoog. Dat begint al met tal van openstaande leningen van overheden en burgers. De wending heeft ook een verwoestende werking gehad op de leefbaarheid. Ondanks de voorspoed groeide het aantal boze burgers al of niet met gele hesjes tot een omvang van betekenis. De vraag rijst dan ook of de jongste politieke en sociale geschiedenis niet eens scherp moet worden geanalyseerd. Ten minste is er een nieuwe koers nodig waar nota bene de jeugd met hun protesten op moet attenderen. Vanuit een aristocratische houding met een hedonistische ondertoon, sturen we ze liever weer de schoolbanken in om toch vooral economische entiteiten te worden, die een deugdelijk bijdrage leveren aan het bruto nationaal product. Het is inderdaad lastig voor politieke bewegingen die hun oren laten hangen naar de boze burger, om oog te hebben voor de jeugd en de toekomst.  Wil men als maatschappelijke en/of politieke beweging  toekomst voor land, volk en zichzelf dan zal men moeten kiezen voor rentmeesterschap. Zo niet dan zal men spoedig de rekening gepresenteerd krijgen. Dat is de kracht van een democratie, zoals we die kennen in ons land.