Van Schoo-lezing

In de Van Schoo-lezing van 1 september 2017 zoekt CDA voorman S. van Haersma Buma vaste grond onder de voeten voor zijn visie. Hij stelt deze te vinden in de joods-christelijke traditie. De interpretatie door de CDA voorman van de joods-christelijke traditie leidde tot acties en reacties oa. (Trouw, 11, 15, 21 en 23 oktober 2017). Rabbijn Jody van der Kamp keerde het CDA de rug toe omdat hij de toon van de CDA voorman tegen de komst van de ‘vreemdeling’ te hard vond. 

Kritische kanttekeningen kwamen er ook van andere prominente leden uit CDA kring en de redactieburelen van Trouw. Meer nog, de vraag rees of er wel een joods-christelijke traditie is in Nederland? En zo ja, of deze wel enige invloed heeft gehad op onze cultuur (Verhoef, Trouw 23-10-2017)? De acties en reacties op de lezing van de CDA voorman zijn invoelbaar en de kritieken herkenbaar, zeker  in CDA kringen. De rabbijn doet recht aan een befaamde waarde uit de joodse traditie om vluchtelingen een plaats te bieden. Hier toont 'Buma' trekken van zijn zusterpartij (CSU) bij de Oosterburen, die blijft steken in de traditionele opvattingen.  Ik denk dat de ontkenning van een joods-christelijke traditie een deur te ver is. De thans actief beleden orthodoxe joodse traditie kan de ‘alleen vertegenwoordiging’ niet claimen. Er is een breed pallet aan joodse traditie. Ook de ontkenning van de invloed van een joodse traditie in de Nederlandse cultuur houdt geen stand. Sterker, de joodse traditie is in een breder pallet niet alleen een pijler onder de Nederlandse cultuur, maar een belangrijke steunpilaar van de cultuur in Europa en daarbuiten, hoe moeizaam en gebrekkig dat ook ging en gaat. Deze stelling doet niets af aan de opmerking van de rabbijn. De rabbijn laat echter veel joden die er moeizaam in geslaagd zijn succesvol te integreren in en een onmiskenbare invloed hebben gehad op de cultuur van Europa – van Tanna tot Buber, Levinas, Jakobovits en Jakob - in de kou staan. De ontkenning van een joods-christelijke traditie doet ook christenen tekort die een bepalende bijdrage hebben geleverd en nog steeds leveren aan een stelsel van waarden waarmee onze samenleving is - en wordt - ingericht en opgetuigd. De zelfs door atheïsten bejubelde vrome Immanuel Kant is een van hen. Dat velen hem bewust verkeerd hebben uitgelegd of nog immer niet hebben begrepen kan men Kant niet aanrekenen noch de joods-christelijke traditie.   

Wie meent dat Oud-Israël slechts leentjebuur heeft gespeeld bij de volken in de omgeving en de invloed van jodendom en christendom beperkt is tot doorgeefluik van waarden die je overal kunt vinden, laat zich mogelijk leiden door een diepe leegte of een zelfbedacht trauma  veroorzaakt door afgunst. Natuurlijk, de lezing van G. Smith op 3 december 1872 bracht een sensatie teweegbracht vanwege zijn vertaling van een Assyrische versie van een 'vloedverhaal'.  Verder spraakmakend vergelijkend onderzoek tussen bronnen uit Oud-Israël en omringende culturen volgden door o.a. H.Diels/W.Kranz (1903) B.J. Stricker I-IV, (1963-1982), B. Jackson (1973,1975), S. Loewenstamm (1977, 1992), J.B. Pritchard (1996).  Ze tonen verschillen en overeenkomsten, maar vooral een veelzijdige en weloverwogen transitie en incorporatie van gedachtegoed uit omringende culturen in de leefwereld van Oud-Israël, met nadrukkelijk een eigen boodschap, waarin de mens centraal staat. 

De proza in Oud-Israël is ontwikkeld als een ‘doe-boek’ om de dromen over een ideale wereld enerzijds en de menselijke angsten en verlangens in goede banen te leiden door middel van waarden als gelijkheid, trouw, rechtvaardigheid en eerlijkheid. De school van Samuel is daar in vroege tijden op lezenswaardige wijze in geslaagd in onder meer het tweegesprek tussen David en Uria (II Sam.6:11ev.). Deze school ontvouwt niet alleen een moraalleer, maar ook de democratie wordt geboren.  Je kunt de tekst aanwijzen: II Sam. 8:4. (PS zie ook de scherpe dialoog tussen Mozes en z'n schoonvader Jethro, wanneer de eerste overspannen dreigt te raken) 

Niet heel veel later zou “J” (Jahwist) een uniek  ‘beginnersverhaal’  ontwerpen, mogelijk aan de hand van reeds bestaande verhalen. ‘J’ is geen historicus of empirisch wetenschapper. “J” schetst in het beginnersverhaal een diep verlangen naar een tijdloze harmonie, die echter subtiel verstoord wordt door driften (het verlangen naar een vrouw) en de  onweerstaanbare begeerte naar macht ( de appel) die uitmondt in schaamte (een vijgenblad). Wat overblijft is: een angstig geweten, een zwoegend leven en de gedachte aan de naderende dood.  

Van Haersma - Buma kan trots zijn op de joods-christelijke traditie wanneer hij de handschoen van de school van Samuel en `J` durft op te pakken. Om evenals dienstknecht (Uria) een middenweg te vinden tussen ons aller droom over de harmonie in het leven van morgen en onze vertwijfeling over macht en angst die voortdurend strijden om voorrang. (herzien november 2018)

Afdrukken