Angst en macht

´Angst is een slechte raadgever´, is een veel gehoorde uitdrukking. Of het juiste raad is of niet, laat ik in het midden. De uitdrukking geeft wel aan dat angst regelmatig een rol speelt bij overwegingen. Wat doet angst met mij? In welke mate laat ik me er door leiden? Meer nog, kan ik wel zonder angst? In tal van beslissingen zijn toch juist vormen van angst zoals twijfel en vertwijfeling aanwezig. Tegelijkertijd verraadt de uitdrukking 'angst is een slechte raadgever'ook nog iets anders, namelijk het bestaan van een goede raadgever. Er is kennelijk een macht - de goede raadgever- in mij die de angst in toom weet te houden. Juist over de balans tussen angst en macht wil ik het gaan hebben. 

Dit artikel is onderdeel van een breder onderzoek naar de balans tussen angst en macht.  Met het begrip 'angst' wordt verwezen naar een zeker deel van de existentiële vrees voor het bestaan, namelijk dat deel dat samenhangt met de identiteit, met de erkenning als persoon: Ben ik wel iemand te midden van anderen? Word ik wel gezien als persoon, als individu? De antwoorden op deze en andere andere vragen zeggen iets over het zelfbeeld. Dat het zelfbeeld wordt bepaald door tal van factoren en omstandigheden, is duidelijk. De persoonlijke identiteit speelt daarbij evenwel een doorslaggevende rol. Ik zal dat omschrijven met het begrip 'macht'. Macht wordt hier gebruikt voor het fenomeen van de wilskracht om zich te ontwikkelen tot een individu met een eigen identiteit, te midden van anderen. Die wilskracht zit in de menselijke natuur. Kleine kinderen geven al vroeg hun voorkeur of afkeuring te kennen, naast de innerlijke drang 'om het zelf te willen doen' en zich afzetten tegen elke vorm van gezag of sturing. De kracht om het zelf te willen, om zichzelf te manifesteren als persoon. Tegelijkertijd ontwikkelt zich de angst die de ontwikkeling in de weg staat. Dat is niet slechts de angst voor derden in mijn omgeving veeleer gaat het om de innerlijke beleving, waarin zich een fictief duel om voorrang afspeelt tussen mij en mijn belagers. In dit 'duel' kunnen vertwijfeling, doemdenken, woede, haat en faalangst bezit van mij nemen en het fundament onder mijn macht dreigt vervolgens weg te zakken. Hoe blijf ik op deze momenten in het spoor; hervind ik het evenwicht tussen angst en macht? Waarom vind ik een antwoord op die vraag zinvol?

Ik denk dat de balans tussen angst en macht één van de belangrijke pijlers is onder mijn ethisch handelen. De wijze waarop ik reageer en handel heeft uiteraard van doen met de aard van de gebeurtenis of het fenomeen, maar evenzeer met de wijze waarop ik 'in balans ben'. 'Kan ik tegen een stootje?' of 'ben ik van mijn stuk' bij elke mogelijke aankondiging van gevaar, dreiging of kritiek?'.  Het hoeft geen betoog dat ook hier legio factoren een rol spelen, die van persoon tot persoon verschillen. Dat neemt echter niet weg dat er ook een overeenkomst is namelijk dat ik in de zoektocht naar een balans tussen angst en macht niet alleen sta. Ik zie om mij heen mensen worstelen met soortgelijke vragen. Het gaat hier om een bewustwordingsproces, zodat ik mij tenminste bewust ben dat angst een rol speelt en welke macht in mij de balans poogt te bewaren of te herstellen.

In het komende jaar zal ik delen van mijn onderzoek hier plaatsen. Ik begin ver terug in de tijd, ca 5000 jaar geleden. Uit die vroege tijd beschikken we over mooie verhalen van pubers die worstelden met het gezag van vader, de school en de gewoonte.