Het BvMG behandelt een vraagstuk of dilemma in twee stappen: eerst 'correcte analyse' en vervolgens een reconstructie van de argumenten als vertrekpunt  voor een keuze of een oordeel. Ter illustratie neem ik een actueel thema.  Er zijn door de overheid plannen ontwikkeld om 'ongevaccineerden' de toegang te te ontzeggen voor bepaalde gelegenheden waar een hoge besmettingskans is met Covid-19 virus. Over dit voornemen is ophef ontstaan: 'er dreigt tweedeling in de samenleving', heet het. Vergelijkingen met jodenvervolging in de oorlogsjaren worden hierbij niet geschuwd. In een discussie over gevoelige thema's is het van belang om over kennis van zaken te beschikken. De dialoog wordt soms vertroebeld door emoties, niet relevante details en verkeerde of ongepaste vergelijkingen.  Daarmee worden woorden  gebruikt en vergelijkingen gemaakt die de aandacht afleiden van het vraagstuk.  

Daarnaast is van belang om vast te stellen of er daadwerkelijk sprake is van een ethisch vraagstuk. Een tekort aan testcapaciteit tijdens een pandemie is niet in de eerste plaats een moreel vraagstuk, maar veeleer  een logistiek, bedrijfskundig, organisatorisch of economisch vraagstuk. Voorstellen zijn soms verstoken van realiteitszin en kennis. De roep om meer IC-bedden behoort tot deze categorie. Het verhogen van de IC-capaciteit vraagt extra personeel en juist die geschoolde menskracht ontbreekt. De IC- capaciteit is afgestemd om de reguliere zorg en dat bleek in de afgelopen jaren te voldoen. De IC-capaciteit is dus begrensd.

Vanwege deze schaarste  komt de volgende redenering voorbij: Ongevaccineerden zijn verantwoordelijk voor hoge besmettingscijfers en veroorzaken een grote druk op de beschikbare zorg waardoor de reguliere zorg in het gedrang komt. Om het aantal besmettingen - en dus de ziekenhuis opnames - terug te dringen, wordt de samenleving in haar vrijheid belemmerd door beperkende maatregelen. Het is derhalve wenselijk dat ongevaccineerden van gedachten veranderen en zich alsnog laten vaccineren of dat zij worden buitengesloten van plaatsen en activiteiten met een grote kans op besmetting, zodat de burger zijn vrijheden kan behouden en de zorg de toestroom van patiënten behoorlijk kan verwerken. 

In deze redenering is de draagkracht en daadkracht van de zorg de graadmeter voor de morele afweging. Is dat een correcte ethische afweging?

Laat ik beginnen met de graadmeter. Die graadmeter blijkt in de praktijk nogal rekbaar en ondoorzichtig. De reguliere zorg wordt afgeschaald zodra zich covidpatiënten aandienen. De vraag dringt zich op wat de motieven zijn van de voorrangsbehandeling van Covid-patienten. Telt niet iedereen voor één en niemand voor meer dan één?  Er is echter nog een volgend probleem met deze benadering: De redenering wekt de indruk dat de zorg de oplossing is voor het probleem. Patiënten met Covid komen binnen en lopen na een tijdje vrolijk weer het ziekenhuis uit. Dat is echter geen realiteit. Tal van mensen sterven ten gevolge van Covid ondanks de medische behandelingen. Daarnaast kampen nog veel meer 'herstelde' patiënten met langdurige beperkingen en klachten. Kortom: de wachtende patiënten in de reguliere zorg, de sterfgevallen en  de langdurige gevolgen van een besmetting, de socaal en economische schade worden buiten de morele beschouwing gehouden. 

Nog een punt van aandacht bij de afschaling van de reguliere zorg. Artsen stellen dat ze geen onderscheid willen maken tussen Covid patiënten en de reguliere patiënten. Maar dat doen ze intussen wel. De keuze tussen een Covid-patiënt en een reguliere zorgpatiënt is overigens lastig, zelfs wanneer de eerste niet gevaccineerd is. We weten immers niet of de laatste mogelijk ziek is geworden vanwege een ongezonde levensstijl, roekeloos gedrag of een gevaarlijke sport. De draagkracht van de zorg als graadmeter voor een maatschappelijk debat over polarisatie tussen gevaccineerden en ongevaccineerden in deze pandemie lijkt derhalve een pad vol voetangels en klemmen, waar een deugdelijke morele afweging in feite ondoenlijk is, omdat vitale onderdelen in de casus buiten de overweging worden gehouden. Kan het ook anders?

Na de (correcte) analyse komt de rationele reconstructie. Reconstructie betekent in feite een 'herschikking'.  Er is kennis over het virus, de besmettelijkheid en de gevolgen voor de gezondheid. Ook is er kennis over maatregelen die de besmetting met het virus beperken en dus de gezondheid van mensen ten goede komt. Deze gegevens zijn wetenschappelijk, statisch danwel proef- of praktijkondervindelijk vastgesteld en dus uitgangspunt voor een morele overweging. Wat staat mij, de samenleving en de overheid nu te doen?

In het maatschappelijk en politieke debat komen tal van waarden voorbij waaraan de te treffen maatregelen ter bestrijding van het virus moeten voldoen: van zelfbeschikkingsrecht tot recht op privacy; van solidaiteit tot vrijheid van meningsuiting.  Waarden die stuk voor stuk hoog in het vaandel staan van onze samenleving. Zijn ze ook allemaal gelijkwaardig? Of is er een rangorde in die waarden en is er één waarde die boven alle anderen uitsteekt? Of is er een waarde waarop alle andere waarden stoelen en in geval van nood als fundamentele waarde moet worden aangemerkt, die slechts bij hoge uitzondering mag worden geschonden? 

Het antwoord daarop is positief.  Het gaat om de lichamelijke integriteit. Dat wil zeggen dat ik geen inbreuk mag plegen op de lichamelijke integriteit van een ander, met de uitzondering dat ik mezelf mag beschermen tegen een belager ook wanneer dat ten koste gaat van zijn of haar integriteit. Een samenleving - en dus de politiek - heeft de  primaire taak de lichamelijke integriteit van de individuele burger te waarborgen tegen inbreuk op het lichaam door derden. Een samenleving die deze taak verzaakt geeft zichzelf in feite op en ontlokt een strijd van allen tegen allen.

 

Maar wat betekent dit gegeven voor de bestrijding van Covid-19?  Om te beginnen betekent het voor mij dat ik maximale inspanningen behoor te verrichten om besmetting van mezelf te vermijden en het virus niet aan anderen door te geven. Ik wil immers de inbreuk van het virus op mijn lichamelijk integriteit vermijden. Ik mag deze inspanningen verwachten van alle burgers in de samenleving, zodat de besmettingen met, ziekenhuisopnames en sterfgevallen ten gevolgen van Covid-19 worden beperkt. Het is de taak van de overheid die initiatieven maximaal te ondersteunen en te coordineren met informatie, maatregelen, middelen en voorzieningen. Daarnaast kan alleen de overheid de naleving waarborgen en handhaven. 

Een tweede gevolg van het uitgangspunt is dat ik, de samenleving en ook de overheid bereid zijn om onaangename keuzes te maken en de gevolgen daarvan aanvaarden wanneer de situatie dat vereist. Dat wil zeggen dat wanneer het Covid-viruus doorwoekert ondanks de getroffen er keuzes dienen te worden gemaakt ten koste van andere waarden. Bijvoorbeeld: De privacywetgeving beperkt de informatievoorziening  omtrent de informatie over besmettingen. De vraag is echter of het recht op privacy niet een ernstige belemmering vormt  voor een veilige werk en leefomgeving op alle plaatsen waar veel mensen langdurig  bij elkaar komen, met name scholen, zorgscentra ect.  Worden docenten, zorgpersoneel en anderen niet onnodig blootgesteld aan risico's op besmetting. Terwijl de horeca wel vroegrijdig wordt gesloten? 

Tot slot: Is er sprake van polarisatie, discriminatie of het scheppen van een tweedeling wanneer ongevaccineerden worden uitgesloten voor bepaalde gelegenheden waar gevaccineerden wel toegang toe hebben? 

Vaccinatie is  een persoonlijke keuze van de burger. De overheid laat die keuze ook nadrukkelijk bij de burger. Dat betekent dat de oplossing voor het vraagstuk van polarisatie tussen gevaccineerden en ongevaccineerden gezocht dient te worden bij de burger en niet bij de overheid. (Voor de goede orde: laten we aannemen dat de keuze voor of tegen vaccinatie in vrijheid en weloverwogen is/wordt gemaakt, zonder dwang van buiten af. Ik laat dus de groep mensen die om welke sociale of medische reden dan ook niet in de gelegenheid is om zich te laten vaccineren buiten beschouwing).  

Met de huidige kennis over het virus, de maatregelen en de vaccins kunnen we stellen dat de kans op besmetting en ernstige ziekte bij vaccinatie substantieel kleiner is dan zonder vaccinatie. De keuze om niettemin van vaccinatie  af te zien is een persoonlijke keuze, waaraan valide argumenten, ervaringen of overtuigingen ten grondslag kunnen liggen. Een kinderwens is daarbij een veelgehoord argument, een levensovertuiging eveneens. Deze keuzes zijn te respecteren. Wie wil de kinderwens van 200000 vrouwen jaarlijks belemmeren? Ik hoop niemand, de samenleving zou immers ophouden te bestaan.

Echter ligt het niet voor de hand dat men die keuze met trots uitdraagt?  Dat men in de eigen omgeving duidelkijk maakt waar men voor staat?  Is dat niet een te respecteren standpunt voor elke groep andersdenkenden?  Zo ja, dan ligt het voor de hand dat men uit zichzelf al waakzaam is en geen gelegenheden bezoekt waar men zelf besmet raakt of anderen kan besmetten. Is er dan nog sprake van polarisatie of discriminatie? Een ieder heeft immers de plicht om de lichamelijke onschendbaarheid van zichzelf en de ander te waarborgen. Voor de overheid geldt: kerntaken eerst. Een oude wijsheid stelt: eerst het nodige, dan het nuttige en tenslotte het aangename. 

Kortom: de maatschappelijke discussie over polarisatie heeft veel weg van een schijnvertoning die niet tot de kern van de zaak komt en derhalve geen bijdrage levert aan de vraag naar het goede leven wanneer we 's ochtends weer wakker worden naast Corona.

 

 

  • Ethiek, het begrip kennis

    Deze vraag is in toenemende mate relevant in een wereld vol meningen, inzichten en opvattingen, waarin nieuws en nepnieuws, feiten en alternatieve feiten naast elkaar worden gepresenteerd. Het is hier niet de plaats om een kennistheorie uiteen te zetten. Ik wil volstaan met enkele opmerkingen, die van belang zijn voor ons doel.
    Read More
  • 1