Een keuze maken

Er is al gesteld dat het maken van een keuze in de ethiek steunt op kennis van de mogelijkheden en de omstandigheden. Een keuze veronderstelt ook de wil om het haalbare te kiezen.  Anders gezegd: ‘De keuze die ik maak  is in redelijkheid haalbaar onder de gegeven omstandigheden.  Nog anders gezegd: ‘Het is niet redelijk om het onhaalbare te kiezen en te willen’. Het blijkt in de praktijk lastig om 'het verlangen', of nog sterker: 'het ideaal' te onderwerpen aan de redelijke keuze. Ik zal dat illustreren aan de hand van de maatregelen ter bestrijdeng van de coronapandemie.

Het bestaande beleid steunt twee pilaren.

De eerste pilaar zijn waarden in de samenleving: (1a) het gelijkheidsbeginsel  ‘in een samenleving telt iedereen voor één en niemand voor meer dan één’  (dat betekent ook: de één kan de ander niet dwingen om zich te laten vaccineren) en (1b) een afgeleid solidariteitsbeginsel van premier Rutte (april 2020): ‘de vrijheid van de één mag niet ten koste gaan van de gezondheid van de ander’.

De tweede pilaar op (2a) het kwalitatieve en (2b) het kwantitatieve zorgaanbod dat in de afgelopen decennia geleidelijk is ontwikkeld. 

Om Covid-19 te bedwingen worden vrijwel universeel wensen en mogelijkheden gehandhaafd en poogt men de omstandigheden te wijzigen, door bijvoorbeeld de vrijheden van ongevaccineerden in te perken voor risicivolle evenementen en gelegenheden (2G), iedereen bij elk evenement laten testen (1G), een collectieve of gedeeltelijke lockdown, een verplichte vaccinatie en een avondklok in te stellen. Wat betekent dit?

In de regel worden wensen en mogelijkheden afgestemd op de omstandigheden. In de aanpak van de coronapandemie zien we dus het omgekeerde. Wat schuurt er aan dit beleid? 

Er schuilt een maakbaarheids geloof in deze aanpak, dat het virus is te controleren. De realiteit is dat de controle over Corona vooral een wens is en er bedreigende  varianten opduiken. Men zal voorlopig naast Corona wakker worden. Dat heeft ook gevolgen voor de aanpak 

We weten inmiddels dat kinderen niet serieus bedreigd worden door een Covid-19 besmetting. Het is dan ook niet wenselijk vrijheden en ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen te beperken. Het afschalen van reguliere zorg ten gunste van Covid-zorg vraagt eveneens om een rechtvaardiging.  In het verlengde daarvan rijst de vraag naar een morele rechtvaardiging voor de verdeling van de intensieve zorg.  Maar er is meer: een structurele pandemie vraagt ook de moed om onze zienswijze op sociaal, maatschappelijk en economisch terrein te herzien. De vraag is hoe?

Ik benader de vraag vanuit het reguliere ethische perspectief 'willen verondersteld kunnen'. Daarbij vertrek ik vanuit vier beginselen (a) niemand mag als middel worden gebruikt en (b) iedereen telt voor één, (c) het is redelijk en zinnig om alleen het mogelijke te willen (d) niemand is gehouden aan het onmogelijke.  

Eerst wil ik ingaan op de (vrees voor) polarisatie en de (vermeende) dreiging van een tweedeling in de samenleving. Dit betoog (en elke andere dialoog) over dit onderwerp heeft slechts zin wanneer er een samenleving wordt verondersteld. Wanneer men de samenleving wil opgeven, is elke dialoog - ook deze- overbodig en ontstaat er een polarisatie van allen tegen allen, met uiteindelijk de sterkste aan de macht. De zwakste is dan een middel ten bate van de belangen van sterkste. Wat een samenleving bindt, is dus (de waarborg van) de individuele integriteit (iedereen telt voor één, niemand voor meer dan één). Merk op: in de waarborg van de persoonlijke integriteit ligt mijn vrijheid besloten. De samenleving waarborgt die individuele vrijheid door gemeenschappelijk grenzen te stellen aan bedreigingen met de middelen die daarvoor beschikbaar zijn.

Deze doelstelling  bevat drie begrippen die gerelateerd zijn aan de mogelijkheden die bepalend zijn voor hetgeen een samenleving kan willen: ‘gemeenschappelijk’, ‘bedreigingen’ en de ‘beschikbare middelen’.

De 'gemeenschappelijke' aanpak steunt op het besef dat het bestrijden van bedreigingen in belang is van (a) de afzonderlijke leden van de gemeenschap, en (b) het collectief  om het voortbestaan van de samenleving veilig te stellen. Deze aanpak steunt op de ervaring dat bedreigingen in de regel beter gemeenschappelijk kunnen worden bestreden (eenheid maakt macht). 

De 'bedreigingen' betreffen niet slechts de gevolgen van een besmetting met het Covid-19 virus voor de patiënten en de zorgsector, maar ook de effecten van maatregelen tegen besmetting, voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren, de economische ontwikkeling, de sociale verbanden in de samenleving en morele waarden.

De 'beschikbare middelen' zijn de middelen en de mogelijkheden die in redelijkheid kunnen worden aangewend om de bedreigingen het hoofd te bieden.

Covid-19 bedreigt kinderen nauwelijks. De bestrijding van het virus mag hen derhalve ook niet treffen. Ze behoren niet als een middel worden gebruikt. 

Van zorgverleners mag worden gevraagd dat zij (a) redelijk en zinnig handelen. Dat houdt in dat zij doen wat mogelijk is en zinvol handelen. (b) de beschikbare middelen evenredig verdelen onder de zorgvragers, (c) dat zij de eigen persoonlijke integriteit bewaken (met inbegrip van vrijheid en gezondheid). 

toelichting:

Fase 3c of code zwart behoort een samenleving niet weg te schuiven naar enkele specialisten op de ic-afdeling van een ziekenhuis, maar behoort in het parlement thuis. Het parlement, wij, moeten kiezen.  De samenleving kan niet structureel op slot. De jonge generatie moet zich kunnen ontwikkelen en het sociaal, maatschappelijk en economisch verkeer kan niet op slot blijven. De zorgsector kan evenmin onder druk blijven staan.  Dat gegeven moeten we onder ogen zien en heeft gevolgen voor alle leden van de samenleving.  Wij zullen moeten leren leven met risico's en beperkingen. In een samenleving is het onredelijk en innerlijk tegenstrijdig om een waarborg van persoonlijke integriteit te verlangen en tegelijkertijd bedreigingen toe te laten. Het vrijblijvend volgen van maatregelen tegen bestrijding van Covid-19 voorkomt geen polarisatie, maar werkt ze juist in de hand. Meer dan ooit zijn we voor de persoonlijke integriteit en vrijheid aangewezen op elkaar.

Een tijdloos gezegde: 'Ken uw vijanden en ze doden u niet. Maar ken vooral uw vrienden, want zij dragen uw schild'. 

Wat is mijn idee van een goed leven? En waar staat de samenleving voor?  Twee vragen die in dit artikel aan bod komen. 

Lees meer

Deze vraag is in toenemende mate relevant in een wereld vol meningen, inzichten en opvattingen, waarin nieuws en nepnieuws, feiten en alternatieve feiten naast elkaar worden gepresenteerd. Het is hier niet de plaats om een kennistheorie uiteen te zetten. Ik wil volstaan met enkele opmerkingen, die van belang zijn voor ons doel.

Lees meer

  • Ethiek, het begrip kennis

    Deze vraag is in toenemende mate relevant in een wereld vol meningen, inzichten en opvattingen, waarin nieuws en nepnieuws, feiten en alternatieve feiten naast elkaar worden gepresenteerd. Het is hier niet de plaats om een kennistheorie uiteen te zetten. Ik wil volstaan met enkele opmerkingen, die van belang zijn voor ons doel.
    Read More
  • 1