Het lijkt er op dat er geen gemeenschappelijke idealen meer zijn; er valt niets meer te dromen. De sociale droom is goeddeels verworden tot een bureaucratisch rekenmodel voor het gelijk verdelen van de koek. De liberale droom beperkt zich het tot denkmodellen voor het zelf bemachtigen van de koek. Want na de verdeling resteert de bevrediging van de begeerte. Daarvoor wil een ieder een punt uit de  koek. Deze sociaal-maatschappelijke en politieke dienstbaarheid aan de begeerte van het individu zorgde niet alleen voor een breed sociaal stelsel, een verzorgingsstaat, marktwerking  maar ook voor broeikasgassen, schulden,  lege gasvelden, achterstandsgroepen.

Is er dan geen gemeenschap meer en zijn er geen gemeenschappelijk idealen? Jawel er is een gemeenschap, en er zijn idealen. Er is een zekere gemeenschappelijke economische unie: een unie van gemeenschappelijke begeerten uit het verleden. Dat wil zeggen, dat de unie zich vooral richt op het gemeenschappelijk aanpakken van de gevolgen van onze begeerte uit het verleden. Ze wordt daarbij voor ‘uitdagingen’ gesteld, zo heet het. Ze doet dat door een aantal maatregelen gemeenschappelijk te nemen. Ik noem er enkele a) door het reguleren van de inflatie beoogt ze de schulden fictief af te lossen. b) door regelgeving wordt de uitstoot van schadelijke stoffen en opwarming van de aarde aan banden gelegd.  c) worden grenzen gesloten voor personen buiten de gemeenschap. Kortom: De gemeenschappelijke unie hebben we nodig om de negatieve gevolgen van onze begeerte uit het verleden het hoofd te bieden.

Er nadert echter een nieuwe bedreiging. Deze komt niet voort uit de begeerte van het verleden of de begeerte van buiten de gemeenschap, maar van binnenuit, uit onszelf.  Geleidelijk komen we in conflict met onszelf. We zijn niet alleen in competitie met de ander voor het bemachtigen van de koekpunt, maar ook met onszelf. We wedijveren met onszelf omtrent vrijheid van persoonlijkheid, schoonheid, gezondheid, vitaliteit, en zelfredzaamheid. Mijn digitaal tegenover toont doorlopend de onvolkomenheden van mijn persoon. Voortdurend pas ik mijn idealen aan en stel mijn doelen naar boven toe bij. Ik ben in competitie met mezelf. Ik tel mijn ‘Links’, mijn ‘likes’, mijn ‘tweets’, mijn 'feeds', controleer 24/7 mijn digitale tegenover op nieuwe berichten en ben tevreden over de volgelopen agenda. De agenda is de hoop dat ik me kan losmaken uit heden, en me vooral kan richten op de tijd die er nog niet is, op een toekomst waarin ik voldoe aan alle zelfgestelde voorwaarden. Dat ik me weg kan denken uit het heden dat me omsluiert met angst voor alles wat ik nog moet gaan doen. Inmiddels zie ik echter ook in de agenda een donkere wolk naderen, nu de krimp van de gemeenschap onvermijdelijk leidt tot een kleinere koek. De angst voor morgen is cultuur geworden.

 

 

Afdrukken E-mailadres