, generatiekloof, krimp van de bevolking, huizenprijzen, pensioenbreuk, vereenzaming, solidariteit, ofwel: het gebrek eraan, eenzaamheid en de tijd die stilaan voorbijgaat en zo kan ik ook nu nog even doorgaan. En misschien zweeft het ook wel door uw hoofd, 'Ja, ik maak me ook zorgen over...' , vult u zelf maar in. Maar allereerst dit: waarom kies ik dit onderwerp? Ik kies dit onderwerp, omdat ik de idee heb dat de angst voor deze zaken mensen ernstig blokkeert om zichzelf te zijn en zichzelf te ontplooien. Welnu, ‘dat is een open deur’, zo zult u denken. “De mens lijdt immers het meest, aan het lijden dat hij vreest”. Maar ik stel nu dat de individuele vrees voor lijden, een collectief karakter heeft gekregen. Meer nog: de angst is tot cultuur geworden.  Verschijnselen en gebeurtenissen die zich aan ons voordoen, die op een of andere wijze een angstsignaal in ons opwekken en ons gedrag beïnvloeden.

Nu is het van belang eerst eens nader orde op zaken te stellen als het gaat om het begrip 'angst'. We spreken in dit artikel van 'angst', wanneer het menselijk gedrag wordt beïnvloed dan wel wordt bepaald door een angstsignaal (dat is een gevoelen van gevaar, onzekerheid, wantrouwen of onrust vanwege genoemde ontwikkelen in de samenleving of de (denkbeeldige, mogelijke of te verwachten) gevolgen daarvan. Dit is nog algemeen gesteld en vraagt om een nadere toelichting.

Ik dreig van de fiets te vallen.

Om te beginnen: Angst is een natuurlijk signaal, dat vrijwel iedereen kent. Het angstsignaal maakt ons alert op gevaren, die op welke wijze ook en in welke hoedanigheid ook zich in ons bewust worden. Ik beperk me vooreerst tot dat eerste signaal, dat wil zeggen tot die eerste bewustwording van gevaar. De wijze waarop we dat signaal vervolgens in onszelf vormgeven, laat ik voorlopig nog even rusten.  Voorbeeld: we fietsen op straat en voor ons valt iemand van de fiets. Op deze gebeurtenis zullen we op een of andere wijze reageren. Al is het maar dat we er met een boog omheen (proberen te) slingeren. Maar waarom doen we dat eigenlijk? Waarom fietsen we niet gewoon door? Wellicht is dit een vreemde vraag voor een ieder van ons. Want een prille fietser zal al antwoorden: "Je kunt niet over een ander heen fietsen, want dan val je zelf ook en dat doet pijn". Dat ligt allemaal besloten in onze ervaring en kennis (van anderen) dat fietsen over een ander niet kan en... dat het vallen bovenop de ander pijn doet niet alleen bij jezelf maar ook bij de ander. Al dit ligt besloten in dat eerste angstsignaal van gevaar, dat afkerig is van of pijn of de bedreiging van pijn. Het mijden van pijn voor onszelf en anderen zit dus diep ingebakken in onze persoon.

In dit kleine voorval zie je al verschillende vormen van angst. De angst voor het eigen leed, namelijk, het vallen van de fiets, maar ook de zorg voor de naaste. Maar belangrijker: Dit voorval blijft vervolgens niet op zichzelf staan. In de toekomst zullen we mogelijk meer afstand houden bij het fietsen in grotere groepen en daarmee anticiperen we op een mogelijk gevaar dat we hebben ervaren met dit voorval. Ook daar blijft het niet bij. Deze ervaring delen we met anderen. We wijzen ook anderen op gevaar vanuit onze eigen ervaring. In de praktijk zien we een eindeloze reeks van voorschriften en gedragingen die zijn gebaseerd op angstsignalen van onszelf of anderen. In het verkeer worden we door middel van borden of andere aanwijzingen voortdurend geattendeerd op gevaren. We stoppen derhalve voor een rood lampje, rijden 30 in de stad en gaan zonder alcohol achter het stuur zitten.

Een gelijksoortig fenomeen doet zich voor bij gebeurtenissen die zich wel in onze aanwezigheid voltrekken, maar dan op een grotere fysieke, of tijdsafstand, zoals de kernramp in Fukushima. Deze gebeurtenis is feitelijk ver van ons bed, maar is wel van invloed op ons gedrag. Na de kernramp in Japan ligt er een grotere nadruk op duurzame energie en worden bijvoorbeeld kerncentrales in Europa getest en zelfs gesloten. Houden we deze of soortgelijke voorbeelden even vast dan blikken we nu terug op ons betoog.

Dan trek ik eerst enkele algemene conclusies die wellicht een ieder in eerste instantie wel onderschrijft, om te beginnen: we reageren op angstsignalen uit de eigen ervaring en we reageren ook op angstsignalen en angstervaringen van anderen. Maar er zijn ook verschillende soorten angstsignalen. Angstsignalen voor het nu, waarop we onmiddellijk (moeten) reageren (acuut gevaar) en angstsignalen in de loop van de tijd (bedreigingen, zoals de kerncentrales). En naarmate een gebeurtenis een grotere inbreuk pleegt op het huidige persoonlijke belang, laat de gebeurtenis zich meer gevoelen. Daarmee is dan tevens gesteld dat niet elke dreiging of angst in dezelfde aard en ernst wordt ervaren. Er zijn soorten en gradaties in het 'angstsignaal' afhankelijk van de mate waarin de gebeurtenis ons treft. Anders gezegd: onze angst wordt mede bepaald door het directe belang dat we bij een gebeurtenis, handeling of situatie hebben. Nog korter: Angst hangt samen met de mate waarin onze voorkeuren en belangen worden geraakt.

  1. Daarmee is dus nog niets gezegd over de feitelijke dreiging van een gevaar. Een ieder zal het er toch over eens zijn dat het verlies van de portemonnee in het niet valt bij een kernramp. Daarnaast is de vrees voor de vervuiling van het milieu of de vrees voor gebrek aan grondstoffen van een volstrekt andere aard dan de zorg voor het verlies van je portemonnee in een drukke winkelstraat. En dat is op zijn beurt weer van een andere orde is dan de vrees voor machteloosheid bij een ernstige ziekte van een verwant.
  2. Hiermee doen we nog enkele constateringen, namelijk: angst heeft wel een signaalfunctie, maar die signalen zijn van verschillende aard. In het voorbeeld van het verlies van de portemonnee, zit nadrukkelijk een signaalfunctie voor het huidige belang; voor nu. Ik moet nu op mijn geldbuidel gaan passen, anders is het misschien al te laat en ben ik haar kwijt. De zorg omtrent de aantasting van het milieu en de schaarste aan grondstoffen is ook wel een zorg, maar een zorg voor de toekomst. Daarnaast is de aantasting van het milieu een mondiaal fenomeen, waar ik maar beperkt door beïnvloed word en waar ik maar beperkt invloed op heb. De angst voor een vorm van machteloosheid bij een ernstige ziekte van een verwant van mij is daarentegen weer strikt persoonlijk. Het is de angst van mij in die specifieke relatie met die verwant. Ja, ook andere omstanders kunnen zorgen hebben over de (te verwachten) omstandigheden van mijn verwant, maar dat is niet noodzakelijk gelijk aan mijn angst voor machteloosheid.  Immers naast machteloosheid hebben omstanders mogelijk hun eigen zorgen in deze situatie, bijv. angst voor een dreigende eenzaamheid, doelloosheid en/of verlatenheid. De aard of intentie van de angst is weer aan de relatie met mijn verwant. De angstsignalen in de genoemde voorbeelden hebben gemeenschappelijk dat ze alert maken op acuut of mogelijk gevaar of een ongebruikelijke verandering in onze persoonlijke situatie. In het dagelijks leven is angst dus een voortdurende leidraad om hindernissen/gevaar te onderkennen.
  3. Zo krijgen we legio signalen om ons op een bepaalde wijze te verhouden tot situaties.  We bergen de geldbuidel goed op om zakkenrollers geen kans te geven; rijden rechts in het verkeer - tenzij anders vermeld - en houden ons aan verdere regels om calamiteiten te voorkomen; we eten ruim groente en nemen tijd voor beweging en ontspanning om zo gezond mogelijk te leven en ziekte buiten lichaam en geest te houden enzovoort. Tot zover is angst een prima hulp om ons door het leven te begeven. Kortom: Angst maakt ons waakzaam en alert om onze belangen in de breedste zin van het woord te bewaken.

Voor de helderheid: wanneer we spreken over angst als een signaalfunctie, is dat nog geen richtinggevend instrument. Ik weet dus nog niet wat ik moet doen, ik weet enkel dat er een 'alarmbel' rinkelt, zodra een angstsignaal zich meldt. Wat ik kan, wil of moet en welke handeling ik zou kunnen, willen of moeten stellen, is nog niet gegeven. Nu zult u mogelijk zeggen: "zijn we niet begonnen met die slinger aan het stuur?" Ja dat is inderdaad een handeling, maar geen weloverwogen handeling; het is een impuls. Het is ten diepste een negatieve reactie: Ik wil absoluut niet over die gevallen fietser rijden. Dat wil ik kost wat kost voorkomen. Maar terwijl ik die negatieve handeling stel, heb ik helemaal geen idee wat het resultaat daarvan is. Misschien val ik wel over een andere fietser, of rij ik in de sloot. Een bewuste reactie op een angstsignaal volgt pas bij bewustwording van de keuze van alternatieven die ik heb.

Ter illustratie: Ik ga even terug naar mijn wandeling over de markt. Ik berg pas de geldbuidel op, wanneer ik de 'alarmbel' hoor en me realiseer dat er mogelijk gevaar dreigt en ik mij bewust word dat er een alternatieve plek is voor mijn geldbuidel, die beter is tegen zakkenrollers dan ik nu heb. De handeling of de handelingen die ik stel als reactie op het angstsignaal, heb ik in veel gevallen in het verleden aangeleerd gekregen of ga ik op dat moment bedenken op grond van de wetenschap van dat moment.  Anders gezegd: Wanneer de signaalfunctie in werking treedt, staat me dus een en ander te doen. Ik overdenk de aard en de ernst van het signaal en vervolgens vel ik een oordeel of en, zo ja, wanneer en op welke wijze ik zal of moet reageren op het signaal. Het is van belang om bij deze oordelen nog even stil te staan. Wat hier geschetst wordt, kan een moment zijn bijvoorbeeld in geval ik als bestuurder van een auto word geconfronteerd met een plotseling overstekende fietser. Op mijn waarneming van het gedrag van de fietser, reageer ik onmiddellijk door te remmen. In zeer korte tijd voltrekt zich een waarneming en een reactie op de waarneming. Ik doe dat bijna als vanzelf. Het is een aangeleerde handeling op een schrikreactie, een gestructureerde impuls van een bestuurder van een gemotoriseerd voertuig. Iedereen kent legio van deze gestructureerde impulsen. We leren ze van jongs af aan bij de opvoeding. We trekken de handen af van vuur; blijven staan op de stoep; vluchten voor gevaar. Vanaf de jeugd krijgen we de eerste lessen hoe om te gaan met angstsignalen, op de wijze zoals we hiervoor hebben geschetst: we krijgen informatie en doen zelf ook ervaring op die we weer doorvertellen..

Maar hoe zit het met die lessen, zijn die lessen wel betrouwbaar?  Is die aangeleerde reactie wel de juiste reactie? Soms kun je bij een angstsignaal wel een vraagteken zetten. Angst voor spinnen is een frequent voorkomend verschijnsel, maar regelmatig nogal wat overtrokken. Natuurlijk er zijn enkele exotisch soorten spinnen die gevaarlijk kunnen zijn. Het overgrote deel van de spinnenfamilie is dat echter helemaal niet. Toch zijn velen beducht voor de onschuldige beestjes, waarvan de poten in de schemering van een augustusavond achter de vitrage driemaal groter lijken vanwege de schemerlamp die het beestje met een vleugje licht overschaduwd. Kennelijk oogt het bedreigend. Dit verschijnsel van onnodige of overdreven angst is niet beperkt tot spinnen. We zien vergelijkbare reacties op tal van terreinen in het maatschappelijk verkeer als het gaat over fenomenen, gebeurtenissen, gedragingen van mensen op grond van afkomst, huidskleur, geaardheid, overtuiging, handicap etc. Het angstsignaal treedt kennelijk al in werking zodra er zich een ongebruikelijk of voor mij ongemakkelijk verschijnsel voordoet. Het lijkt er dus op dat die signaalfunctie niet vanuit een bepaalde constante notie van reëel gevaar werkt. Sterker nog, het lijkt er op dat de signaalfunctie persoonsgebonden zijn en ook wordt bepaald door opvoeding of de wijze waarop onze omgeving met situaties omgaat. Dat is ook logisch want heel veel zaken krijgen we verteld en hebben we niet zelf ervaren. Het is dus zinnig om de signaalfunctie die mij prikkelt bij tijd en wijle eens nader onder de loep te nemen, om te zien of ze (nog) functioneel is. Al is het alleen maar om mij er van te vergewissen dat ik me niet vergis. Het is niet mogelijk dat de 'aangeleerde' angst, in feite berust op een fenomeen dat niet (meer) bestaat, vanwege een volksgeloof, een misvatting of onkunde, of dat het gevaar niet meer (in die mate) bestaat, vanwege wetenschappelijke-, maatschappelijke -, medisch technische -, economische-, mondiale-,  politieke - of andere ontwikkelingen. Zonder correctie van de 'angstsignalen' dreigt het gevaar dat  angstsignalen mij gaan beheersen en mij voortdurend aanzet tot zinloze of doelloze handelingen.

Maar nu terug naar onze vraag: wat betekent het dan dat we leven in een cultuur van angst? Dat we vrijwel blindelings varen op ons gevoel en overal gevaren zien? Ja, er is een denkrichting die het gevoel als uitgangspunt neemt. Let wel deze uitgangspositie is niet onzinnig. Het angstsignaal is immers een natuurlijke impuls; een gevoel. Maar dat is niet de angst de we bedoelen.

Wat ik nu wil behandelen is dat het menselijk angstsignaal bewust wordt gemanipuleerd en in zekere mate wordt gecultiveerd in onze samenleving. Deze sturing is niet een nieuwe ontdekking van deze tijd of van mij, ze heeft oude wortels. We zien in religies gecultiveerd in de vorm geesten van overledenen die rondwaren en dodenrijken waar zich geesten van doden zouden bevinden, of het hellevuur waar smartelijk lijden zou heersen van de onrechtvaardigen. De voorstellingen die ons worden opgedrongen in deze voorstellingen moeten een angstsignaal in ons opwekken en ons aanzetten tot een bepaalde houding, of het stellen van een handeling, of daartegenover juist het vermijden ervan. Het is dit opgezette fenomeen van angst dat tot cultuur is geworden in tal van overtuigingen.

De geschetste beelden worden ook gebruikt om religies negatief af te schilderen in de literatuur. Van overtuigingen worden angstwekkende karikaturen gemaakt en van de eigenlijke overtuiging is niets meer terug te vinden. Dezelfde cultuur van angst zit ook verweven in onze empirische wereld, waarin ze uitdrukkelijk ook een functie heeft. De cultuur van angst zit geworteld in het sociale-, politieke - en het maatschappelijke systeem van een samenleving. Bob Dylan maakt het treffend duidelijk, wanneer hij over de Russisch- Amerikaanse verhoudingen zingt in 1964: "Ahh I learned to hate and to fear them all through my whole life. If another war comes, its them we must fight". Dylan zingt hier over die gecultiveerde angst voor de Russen. Kunnen wij net als Bob Dylan die angst herkennen? Ja, dat kan. Het 'angstsignaal' wordt bijvoorbeeld gebruikt om politieke eenheid en harmonie in de samenleving te hervinden. Die sociale cohesie is ook waar Dylan op duidt. De cultuur wordt aangepast aan het vermeende gevaar.

En dat geldt niet enkel voor ontwikkelingen op afstand, die worden immers wel ver weg geregeld op politiek en mondiaal niveau. Maar de angst nadert wanneer mijn belangen worden aangetast binnen afzienbare tijd. En ik heb nogal wat belangen die bedreigd kunnen worden, mijn bezit, mijn gezondheid, mijn werk, mijn pensioen, mijn aandelen etc. etc.  In het bewaken daarvan is een industrie op zichzelf geworden. Het gaat dan niet alleen om banken en kluizen, maar ook om een hele bewakings-, verzekerings- en cosmetische industrie, die de angst voor de dag van morgen moet verhullen of verzachten, zodat we beveiligd zijn tegen en vooral niets hoeven te missen. Nog een stap verder: Het prikkelen tot angst is doel in zichzelf geworden. Het is nogal lucratief, het trekt aandacht, het verkoopt, het wordt gezien. Weet u hoeveel verzekeringen u heeft lopen? Weet u waarom er zoveel onheil het nieuws haalt? Weet u waarom banken omvallen, je begeerte, of beter de angst om iets te missen. Die angst om iets te missen kan een bedreiging vormen voor de redelijke afweging. Want hoe zou het komen, dat de aarde opwarmt, dat het milieu…, dat grondstoffen..? Zitten we niet gevangen in een cultuur van angst waarin er geen ruimte meer is voor idealen van morgen.           

Afdrukken E-mailadres