Dagbesteding

Gezelligheid kent geen tijd.

 Over de ontwikkelingen in de zorgsector lopen de meningen sterk uiteen, als het gaat om de verzakelijking; de professionalisering. Naast instemmende geluiden is er in het werkveld op ruime schaal argwaan tegen deze ontwikkeling. Verzakelijking wordt in verband gebracht met verarming, of misschien beter: ontzieling. In de dialoog daarover valt een ondertoon van miskenning te bespeuren: “Je doet het toch niet voor het geld. Je wilt de ander wat geven.

Wanneer je geld wilt verdienen dan kun je beter in het bedrijfsleven gaan werken”, zegt A. “De zorgsector, zo vervolgt A, is geen markt. Snoezelen kun je niet berekenen!  En op dagbesteding draaien we geen productie.” De bijbehorende toon is van dien aard, dat een opening voor een dialoog over professionalisering in de zorg niet aan A lijkt besteedt.  In deze bijdrage wil ik laten zien dat een professionele benadering van de zorgsector ook een meerwaarde kan hebben. Ik ben van mening dat een zakelijke benadering voordelen kan hebben voor zowel de zorgvrager als de zorgaanbieder. Daarbij wil ik niet voorbij gaan aan de argwaan tegen de moderne zakelijkheid in de zorgsector noch wil ik over de bezwaren tegen de marktwerking heen stappen.  Om te beginnen wil ik terug komen op de geciteerde bezwaren van A: “Je doet het toch niet voor het geld…”  Deze opmerking zegt veel over de instelling van A. A wil niet alleen werken voor het geld: er zijn andere motieven die zwaar wegen. Natuurlijk moet er een salaris staan tegenover de prestaties en de tijd die A in de zorg steek. A moet immers ook in het levensonderhoud kunnen voorzien van zichzelf en zijn gezin. Maar A wil de motivatie om juist in de zorg te werken niet opzij zetten voor meer geld. Kennelijk is die motivatie, volgens A, niet in geld zijn uit te drukken. Je hoort het A ook indirect zeggen: “…we draaien geen productie”. A is zich er van bewust dat de activiteiten in zichzelf een meerwaarde hebben voor de cliënt. Kortom: A wil met de activiteiten op dagbesteding een bijdrage leveren aan het welzijn en welbevinden van de cliënt. Maar, A wil kennelijk ook iets afbakenen. Betrokkenheid op de naaste, hulp aan de zwakste in de samenleving, liefde voor de naaste laat zich niet uitdrukken in productiecijfers. Compassie en zakelijkheid stroken in de beleving van A niet met elkaar. Wie de compassie, de betrokkenheid met de naaste gaat omrekenen in productiecijfers, neemt de drijfveer weg; de roeping wordt ontdaan van haar ideaal. Verzakelijking haalt de ziel uit de zorg. Zorgverlening wordt door A kennelijk gezien als een roeping. Een roeping tot weldoen aan de kwetsbare naaste. Let wel: dit is een deugdzame en lofwaardige houding van A. Maatschappelijk, politiek en op de werkvloer keert deze redenering regelmatig terug. Toch valt er wel wat af te dingen op het betoog van A, hoe gevoelig dit ook ligt. Om te beginnen: De wig die A drijft tussen compassie en zakelijkheid doet sprookjesachtig aan. A en anderen veronderstellen met hun persoonlijke instelling en motivatie een relationele waarde toe te voegen aan de zorgverlening als zodanig. Een communicatieve en vertrouwelijke omgang die bijdraagt aan het geestelijk welbevinden van de zorgvrager. Kortom: A wil de cliënt of patiënt ook het gevoel van menselijke waardigheid schenken. Dat is een lofwaardige en aanbevelenswaardige houding. Maar de vraag is nu of die persoonlijke betrokkenheid bij het welbevinden van de cliënt op gespannen voet staat met de moderne zakelijkheid in de zorg. Laten we die vraag even laten rusten, om ons te bezinnen op een situatie waarin compassie en zakelijkheid in de praktijk van alle dag samengaan. Daarvoor maken we even een klein stapje buiten de werktijd van A . A heeft een relatie met B. En ze wonen sinds een 2-tal maanden samen. Ze hebben een huis gekocht en zijn daarvoor bij de bank en de notaris geweest. De relatie tussen A en B begon als liefde op het eerste gezicht, en … de liefde is gebleven. Maar ze wilden nu wat concrete stappen zetten: Ja, samen verder. En toen moesten ze concrete stappen zetten, naar elkaar en naar de buitenwereld. Immers van compassie, liefde en hartstocht wordt geen huis gebouwd en geen was gestreken. Ze hebben toen een aantal afspraken gemaakt. Kortom: Compassie en zakelijkheid gaan in de praktijk van alle dag regelmatig samen. Sterker nog, ze kunnen vaak niet zonder elkaar. Ze hebben elkaar nodig voor een evenwicht in ons menselijk handelen. De zakelijkheid houdt ons met de voeten op de grond in de wereld van alle dag ondanks de idealen en passies die we emotioneel ervaren. Vertalen we het leven van A en B in een ethisch kader dan zien we het volgende. Deze relatie steunt in beginsel op relationele waarden, zoals respect, gelijkwaardigheid, liefde, hartstocht etc.. Maar deze echtelieden gaan op tal van niveaus ook zakelijke verbintenissen aan ten aanzien van elkaar in de vorm van een belofte en/of contract. Dit contract bepaalt niet de relatie maar moet het juist ondersteunen in de verdeling van de taken, de verwezenlijking van de doelstellingen en het contract biedt hen mogelijkheden om zich gezamenlijk te manifesteren, ten aanzien van vrienden, familie, de verdere buitenwereld en zakelijke partners, zoals de hypotheekverstrekker, verzekeringsmaatschappij of werkgever enz. enz. Terug nu naar de bezwaren van A tegen de verzakelijking in de zorg. Net als in een liefdesrelatie hoeft een zakelijke benadering de compassie en betrokkenheid niet in de weg te staan. Integendeel, een zakelijke benadering kan ook aan het licht brengen waar mensen voor willen staan. Neen, dat gaat niet in producten, zoals het in de relatie niet alleen om producten en vastomlijnde diensten gaat. Maar het gaat wel om tijd en welgemeende aandacht, het nastreven van de belangen van de ander, als waren het je eigen belangen. Maar,  de zakelijkheid leert ons nu juist dat de compassie van A voor de cliënt, niet mag wedijveren met die ene relatie van A met B. Daarmee komen we tevens op het kernpunt van A’s bezwaar, namelijk dat een relatie met de ander en betrokkenheid op de ander, niet alleen aandacht en tijd vergt, maar vooral noopt tot het maken van keuzes. In het privé-leven heeft A dat gedaan. Nu dient A dat – bijna op dezelfde wijze - ook te doen in de werksituatie. Hier lijkt het in de praktijk vaak aan te schorten. Men staat in de zorgpraktijk regelmatig voor een emotioneel en moreel dilemma: Wie weigert een kwetsbaar persoon hulp of ondersteuning? Een zorgvraag of extra ondersteuning weigeren gaat vaak in tegen de emotionele beleving van de zorgaanbieder. Dat geldt ook voor A. A vindt het lastig om “nee te verkopen”. “Bovendien, zo vervolgt A, gaat het soms veel sneller wanneer je iemand helpt of het voor iemand doet. Het is soms ook lastig om iemand emotioneel los te laten. Je hebt zo lang voor iemand gezorgd, je wil alleen het beste voor hem”. De houding van A is heel begrijpelijk, maar niet steeds wenselijk voor de lange termijn. Op dat punt kan er ten aanzien van de professionalisering in de zorg nog veel worden gewonnen. Verzakelijking kan ook helpen tegen het gevaar dat afhankelijke en kwetsbare personen nog afhankelijker worden gemaakt, door hen vrijwel alles uit handen te nemen. De zorgverlener dient zich bewust te zijn dat de ander, ook de ander blijft; met een ander leven en een andere invulling van dat leven. Maar wel een leven in de actuele wereld, waarin hoogte en dieptepunten; lief en leed elkaar afwisselen. Professionalisering kan A en alle andere zorgaanbieders helpen de gewenste afstand te bewaren tot de cliënt of zorgvrager. Het is zinnig om op dat punt waakzaam te zijn en na te gaan dat kwetsbare personen hun identiteit en zelfstandigheid behouden. Kwetsbare afhankelijke personen worden gemakkelijk in een slachtofferrol gebracht, waarbij compassie en betrokkenheid overgaat in bevoogding en geleidelijke ontzegging van eigen identiteit. Laat de ander in zijn of haar waarde dat kan helpen om de waardigheid van de persoon in de toekomst veilig te stellen.  De professionalisering kan A ook helpen zich bewust te zijn van de waarde van de zorgverlening. De zorgvrager wil niet tornen aan compassie of roeping van A.  De zorgvrager wil aanspraak kunnen maken op de zorgtechnische kwaliteiten en vaardigheden van A, maar ook op de persoonlijkheid van A.  Dit hoeft helemaal niet in strijd te zijn met de professionalisering in de zorg. Professionalisering kan zowel A als zijn werkgever als ook de zorgvrager er van bewust maken dat compassie en betrokkenheid een meerwaarde hebben in de dienstverlening aan de zorgvrager. En omdat de zorgverlening een meerwaarde heeft mag ze duurder zijn vanwege de hogere tijdsinvestering. Maar deze meerwaarde heeft een grens en moet ook begrensd worden. Daarbij kan de professionalisering een helpende hand bieden. Een zorgrelatie is geen liefdesrelatie. Het is daarom goed dat er een instrument is dat houvast biedt. In een liefdesrelatie hebben de partners tegenover elkaar uitgesproken, dat ze de belangen van de ander net zo zullen nastreven, als de eigen belangen. Dat ze op tal van punten emotionele en zakelijke belangen delen. Dat ze voor elkaar de belangrijkste zijn. Een professionele zorgrelatie kan ons er van bewust maken dat we de ander de ander moeten laten. De compassie voor de zorgvrager behoort afgebakend te zijn, niet alleen zakelijk, maar ook emotioneel. De nu al krappe arbeidsmarkt zal een verdere bewustwording noodzakelijk maken van de waarde van de zorgverlening in de sector. Aanspraak maken op tijd en aandacht van de zorgaanbieder wordt een schaars goed. Dit maakt ook de zorgvrager bewust van de beperkte ruimte en de noodzaak van zelfredzaamheid. Voor de zorgaanbieder kan het zinvol zijn om zich bewust te zijn van de tijdsinvestering in projecten en personen. Het dwingt om keuzes te maken voor die doelstellingen en taken die noodzakelijk en zinvol zijn. Grenzen stellen, zo ervaar ik in de praktijk, kan heilzaam werken. Toegegeven, het is niet gemakkelijk, maar het maakt zorgaanbieders ervan bewust dat men de ander ook emotioneel de ander dient te laten. Men zit nog wel eens in een spiraal van gevoelens waarin men de onmacht niet wil, durft of kan erkennen. En uitzichtloos en doelloos blijft doorgaan in een bepaalde setting. Een professionele en pragmatische aanpak kan behoeden voor doelloos en inspiratieloos zorgaanbod dat enkel leidt tot verdere bevoogding van de cliënt of zorgvrager. Professionalisering zoals hiervoor beschreven, is dus duidelijk iets anders dan ordinair bezuinigen op kwalitatieve ondersteuning van de zorgvrager of cliënt. Professionalisering vereist een heldere visie en een inzichtelijke aanpak. Professionalisering is dan ook niet alleen een taak van het management. Het dient vooral een taak te zijn van de zorgaanbieders en deskundige ondersteuning van relevante werkvelden, zodat er een haalbaar plan wordt gemaakt en een totsbare overeenkomst wordt gesloten die recht doet aan de zorgvraag van de cliënt of zorgvrager. Professionalisering vergt daarom ook goede scholing met name ten aanzien van de houding en opstelling en de relatie tussen zorgaanbieder en zorgvrager. Is die relatie op orde dan kent gezelligheid inderdaad geen tijd.

oktober 2007 

Dr. J.G. te Lindert

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Afdrukken